Is het nog rendabel om een vakantiewoning te kopen?
Is het nog rendabel om een vakantiewoning te kopen?
Deels — het kopen van een vakantiewoning kan nog steeds financieel aantrekkelijk zijn als investering, maar de rendabiliteit hangt sterk af van diverse factoren zoals de fiscale behandeling, de mate van verhuur en de bijkomende kosten. De regels rondom belasting en verhuur zijn complexer geworden en vereisen een zorgvuldige afweging van de potentiële opbrengsten tegenover de kosten en risico's.
Een vakantiewoning wordt door de Belastingdienst gezien als een tweede woning en valt in principe onder uw box 3-vermogen, tenzij u aanvullende diensten aanbiedt. Volgens de Belastingdienst betaalt u belasting over dit vermogen. De huurinkomsten uit 'kale verhuur' (zonder aanvullende diensten) zijn dan onbelast, maar de waarde van de woning telt mee voor de vermogensgrondslag in box 3. De belastingdruk op vermogen in box 3 kan, bijvoorbeeld in 2025, oplopen tot maximaal 2,11% van de grondslag sparen en beleggen. Voor 2026 zijn de exacte percentages aan verandering onderhevig, maar het principe van vermogensbelasting blijft van kracht.
Een cruciale factor voor de rendabiliteit is de manier waarop u de vakantiewoning verhuurt. Er is een belangrijk onderscheid in de fiscale behandeling:
- Kale verhuur (Box 3): Als u de vakantiewoning verhuurt zonder extra diensten aan te bieden, zoals ontbijt, schoonmaak tijdens het verblijf of bedlinnen, vallen de huurinkomsten in principe in box 3. U betaalt dan belasting over uw vermogen (de waarde van de woning), maar niet over de daadwerkelijke huurinkomsten.
- Verhuur met aanvullende diensten (Box 1 of winst uit onderneming): Biedt u naast de verhuur ook aanvullende diensten aan, dan kan de situatie fiscaal complexer worden. Volgens de Belastingdienst kunnen de totale huurvergoeding en de inkomsten uit deze extra diensten belast zijn als resultaat uit overig werk in box 1. In sommige gevallen, afhankelijk van de omvang en aard van de activiteiten, kan dit zelfs leiden tot winst uit onderneming. Als u als ondernemer wordt aangemerkt, dient u zich aan te melden als ondernemer en gelden de regels voor winstbelasting. Dit betekent dat u de inkomsten uit verhuur en diensten moet opgeven in box 1, waar de belastingtarieven aanzienlijk hoger kunnen zijn dan de vermogensbelasting in box 3.
Naast de inkomstenbelasting zijn er nog andere fiscale en financiële aspecten die de rendabiliteit beïnvloeden:
- Btw-plicht: De verhuur van een vakantiewoning met aanvullende diensten (short-stay) is doorgaans belast met btw. Het btw-tarief hiervoor is momenteel 9% of 21%, afhankelijk van de aard van de diensten. Dit kan een aanzienlijke kostenpost zijn die u moet doorberekenen of afdragen.
- Toeristenbelasting: Als verhuurder bent u verantwoordelijk voor het innen en afdragen van toeristenbelasting aan de gemeente waar de vakantiewoning zich bevindt. De tarieven hiervoor verschillen per gemeente.
- Verzekeringen: Een standaard opstal- of inboedelverzekering dekt vaak geen schade die ontstaat bij verhuur van de vakantiewoning. Het is noodzakelijk om een aanvullende verhuurverzekering af te sluiten, wat extra kosten met zich meebrengt.
- Overige kosten: Denk aan onderhoud, beheer, marketingkosten voor verhuurplatforms, energiekosten en eventuele hypotheekrente (indien van toepassing en niet aftrekbaar).
De rendabiliteit van een vakantiewoning als investering in 2026 is dus geen eenduidig 'ja' of 'nee'. Het vraagt om een gedegen analyse van uw persoonlijke situatie, de gekozen verhuurstrategie en de lokale regelgeving. Vooral de fiscale implicaties in box 1 versus box 3, inclusief btw en toeristenbelasting, zijn bepalend voor het uiteindelijke rendement.