Hoeveel eigen geld heb je nodig voor een beleggingspand?
Hoeveel eigen geld heb je nodig voor een beleggingspand?
Voor een beleggingspand heb je minimaal 20 tot 30 procent eigen geld nodig. Dit percentage is een vereiste van geldverstrekkers, omdat zij een deel van het risico bij de koper willen leggen. De exacte hoogte van de benodigde eigen inbreng hangt af van diverse factoren, waaronder de geldverstrekker en het specifieke beleggingspand dat u wilt financieren.
Geldverstrekkers in Nederland eisen een aanzienlijke eigen inbreng bij de aankoop van een beleggingspand. Dit komt doordat de financiering van een beleggingspand als risicovoller wordt beschouwd dan de financiering van een eigen woning. Bij een beleggingspand is de huurder de bron van inkomsten voor de belegger, wat extra risico's met zich meebrengt zoals leegstand of wanbetaling. Om dit risico te mitigeren, financieren geldverstrekkers doorgaans maximaal 70 tot 80 procent van de aankoopwaarde van het pand. Het resterende deel, minimaal 20 tot 30 procent van de aankoopwaarde, dient u zelf te financieren met eigen vermogen.
Naast de eigen inbreng voor de aankoopwaarde van het pand, dient u ook rekening te houden met diverse bijkomende kosten die volledig uit eigen middelen betaald moeten worden. Deze kosten worden niet meegefinancierd door de geldverstrekker en kunnen oplopen tot een aanzienlijk bedrag. Het is daarom van belang om een ruime financiële buffer te hebben.
De belangrijkste bijkomende kosten zijn:
- Overdrachtsbelasting: Voor beleggingspanden geldt een hoger tarief overdrachtsbelasting dan voor woningen waar men zelf gaat wonen.
- Notariskosten: Kosten voor de notariële akte van levering en de hypotheekakte.
- Taxatiekosten: De kosten voor de taxatie van het beleggingspand, die nodig is voor de financieringsaanvraag.
- Advies- en bemiddelingskosten: Indien u gebruikmaakt van een financieel adviseur voor de aanvraag van de beleggingshypotheek.
- Eventuele bouwkundige keuring: Kosten voor een keuring om de staat van het pand te bepalen.
Hieronder volgt een uitgewerkt rekenvoorbeeld om de benodigde eigen middelen te illustreren:
Stel, u wilt een beleggingspand kopen met een aankoopwaarde van €400.000. De geldverstrekker financiert maximaal 75% van de aankoopwaarde. Dit betekent dat u 25% van de aankoopwaarde zelf moet inbrengen.
- Aankoopwaarde van het beleggingspand: €400.000
- Maximale financiering door geldverstrekker (75%): 0,75 €400.000 = €300.000
- Minimale eigen inbreng voor de aankoopwaarde (25%): 0,25 €400.000 = €100.000
Bovenop deze €100.000 komen nog de bijkomende kosten. Hoewel de exacte percentages van deze kosten kunnen variëren en niet in detail in de kennisbank zijn vastgelegd, is het cruciaal om te begrijpen dat deze ook uit uw eigen vermogen betaald moeten worden. Als deze bijkomende kosten bijvoorbeeld €20.000 bedragen, dan heeft u in dit scenario in totaal €100.000 + €20.000 = €120.000 aan eigen geld nodig.
De daadwerkelijke eigen inbreng die geldverstrekkers vragen, kan variëren tussen de 20 en 30 procent van de aankoopwaarde, afhankelijk van uw financiële situatie, het type beleggingspand en het beleid van de specifieke geldverstrekker. Een belegger die een beleggingspand koopt, moet dus altijd rekening houden met een aanzienlijke eigen inbreng, zowel voor een deel van de aankoop als voor de bijkomende kosten. Voor meer informatie over de financieringsmogelijkheden kunt u terecht op onze pagina over de beleggingshypotheek.