Wat is inkomen uit spaargeld en beleggingen?
Wat is inkomen uit spaargeld en beleggingen?
Inkomen uit spaargeld en beleggingen omvat in Nederland fiscaal gezien de inkomsten die u genereert uit uw vermogen, zoals rente op spaarrekeningen en dividenden uit beleggingen. Dit wordt in de Nederlandse belastingaangifte behandeld binnen Box 3, het zogenaamde inkomen uit sparen en beleggen. Het betreft passief inkomen, verkregen zonder actieve betrokkenheid bij de bron van het vermogen, zoals rente-inkomsten uit spaar- of beleggingsrekeningen en winsten uit beleggingen.
In Nederland valt inkomen uit vermogen, waaronder spaargeld en beleggingen, onder de belastingheffing in Box 3. De Belastingdienst kijkt voor de heffing in Box 3 niet naar de werkelijk ontvangen inkomsten zoals rente of dividenden. Dit is een veelvoorkomende misvatting. In plaats daarvan wordt belasting geheven over een fictief rendement op de waarde van uw vermogen, verminderd met een heffingsvrij vermogen. Dit fictieve rendement wordt jaarlijks door de Belastingdienst vastgesteld en kan verschillen per vermogenscategorie, zoals spaargeld en overige bezittingen (waaronder beleggingen).
De volgende typen inkomsten vallen onder inkomen uit spaargeld en beleggingen:
- Rente-inkomsten: Dit zijn inkomsten die u ontvangt op uw spaarrekeningen, termijnrekeningen of obligaties. Deze inkomsten worden verdiend door geld op een spaar- of beleggingsrekening te plaatsen.
- Dividenden: Dit zijn uitkeringen van winst die u ontvangt als aandeelhouder van een bedrijf, bijvoorbeeld uit investeringen in ETF's.
- Winsten uit beleggingen: Dit omvat bijvoorbeeld winsten uit levensverzekeringen of andere investeringsinstrumenten.
Deze inkomsten worden beschouwd als passief inkomen, omdat ze worden gegenereerd zonder dat u er actief voor hoeft te werken. Inkomsten uit spaargeld (rente) moeten worden aangegeven in de belastingaangifte, ook al vindt de heffing plaats over een fictief rendement.
Rekenvoorbeeld Box 3 (belastingjaar 2024):
Stel, u heeft op 1 januari 2024 een vermogen van € 150.000, waarvan € 50.000 spaargeld en € 100.000 beleggingen. Het heffingsvrije vermogen voor 2024 is € 57.000 per persoon. De fictieve rendementen voor 2024 zijn 1,03% voor spaargeld en 6,04% voor overige bezittingen (beleggingen). Het belastingtarief in Box 3 is 36%.
De berekening verloopt als volgt:
- Fictief rendement spaargeld: € 50.000 × 1,03% = € 515
- Fictief rendement beleggingen: € 100.000 × 6,04% = € 6.040
- Totaal fictief rendement: € 515 + € 6.040 = € 6.555
Het totale vermogen is € 150.000. Na aftrek van het heffingsvrije vermogen van € 57.000 blijft een belastbaar vermogen van € 93.000 over.
De Belastingdienst berekent vervolgens het aandeel van spaargeld en beleggingen in dit belastbare vermogen. Dit gebeurt door een verhouding te bepalen van het spaargeld en de beleggingen ten opzichte van het totale vermogen.
- Verhouding spaargeld: € 50.000 / € 150.000 = 1/3
- Verhouding beleggingen: € 100.000 / € 150.000 = 2/3
Het belastbare deel van het vermogen (€ 93.000) wordt verdeeld:
- Belastbaar deel spaargeld: € 93.000 × (1/3) = € 31.000
- Belastbaar deel beleggingen: € 93.000 × (2/3) = € 62.000
Over deze delen wordt het fictieve rendement berekend:
- Fictief rendement over belastbaar spaargeld: € 31.000 × 1,03% = € 319,30
- Fictief rendement over belastbare beleggingen: € 62.000 × 6,04% = € 3.744,80
De grondslag sparen en beleggen is de som van deze fictieve rendementen: € 319,30 + € 3.744,80 = € 4.064,10.
De verschuldigde Box 3 belasting is: € 4.064,10 × 36% = € 1.463,08.
De daadwerkelijk ontvangen rente of dividenden zijn hierbij niet direct van belang voor de berekening van de verschuldigde Box 3 belasting, maar de waarde van het vermogen op de peildatum wel.
Voor de meest actuele percentages en het heffingsvrije vermogen verwijzen wij u naar de officiële publicaties van de Belastingdienst, aangezien deze jaarlijks kunnen wijzigen. Meer informatie over de specifieke regels en vrijstellingen vindt u op onze pagina over Box 3 belasting uitgelegd.