Wat gebeurt er met mijn pensioenbeleggingen na overlijden?
Wat gebeurt er met mijn pensioenbeleggingen na overlijden?
Na overlijden gaan opgebouwde pensioenbeleggingen en lijfrentekapitaal niet verloren. Dit vermogen komt ten goede aan de erfgenamen, zoals de partner of kinderen. Het opgebouwde vermogen wordt gebruikt voor de aankoop van een nabestaandenlijfrente. Specifieke fiscale regels zijn van toepassing die de erfbelasting kunnen beïnvloeden.
Wat er precies gebeurt met uw pensioenbeleggingen na overlijden, hangt af van de fase waarin uw pensioen zich bevindt: de opbouwfase of de uitkeringsfase. Indien u overlijdt voordat uw pensioen- of lijfrente-uitkeringen zijn ingegaan, gaat het opgebouwde pensioenvermogen niet verloren. Dit kapitaal komt ten goede aan uw erfgenamen. Erfgenamen zijn verplicht om dit kapitaal te gebruiken voor de aankoop van een nabestaandenlijfrente. Deze nabestaandenlijfrente moet binnen 12 maanden na het overlijden worden aangekocht. De begunstigden van deze lijfrente zijn de wettelijke erfgenamen, tenzij u in een testament afwijkende begunstigden heeft vastgelegd. Het is dus mogelijk om via een testament af te wijken van de wettelijke erfgenamen.
Als u overlijdt terwijl u al pensioen- of lijfrente-uitkeringen ontvangt, loopt de lijfrente door tot de afgesproken einddatum. De pensioenuitkering wordt dan voortgezet en gaat over naar de erfgenaam, die de resterende uitkeringen ontvangt. Ook hier geldt dat de begunstigden de wettelijke erfgenamen zijn, tenzij een testament anders bepaalt.
De fiscale gevolgen voor erfgenamen zijn een belangrijk aspect om te overwegen. De uitkeringen uit een lijfrente of pensioen na het overlijden van een partner zijn niet onderhevig aan erfbelasting, zoals de Belastingdienst meldt. Dit betekent dat de nabestaanden geen erfbelasting betalen over de ontvangen pensioen- of lijfrente-uitkeringen zelf. Echter, een (hogere) uitkering uit lijfrente of pensioen na overlijden van een partner kan wel leiden tot meer erfbelasting over de rest van de nalatenschap.
Dit komt door een specifieke regeling die bekendstaat als pensioenimputatie. Volgens de Belastingdienst wordt de partnervrijstelling voor erfbelasting verminderd met de helft van de waarde van toekomstige aanspraken op de uitkering. Deze vermindering van de partnervrijstelling wordt pensioenimputatie genoemd. Dit kan betekenen dat er over andere delen van de erfenis meer erfbelasting betaald moet worden, omdat de vrijstelling lager uitvalt.
De waarde van de toekomstige aanspraken op uitkeringen wordt als volgt bepaald:
- Het jaarlijkse bedrag van de uitkeringen wordt vastgesteld.
- Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met een specifieke vermenigvuldigingsfactor, die afhankelijk is van de leeftijd van de begunstigde en de duur van de uitkeringen.
- Bij deze berekening wordt rekening gehouden met een aftrek van 30% voor latente inkomstenbelasting, zoals de Belastingdienst aangeeft. Dit vermindert de waarde van de aanspraken voor de imputatieberekening.
Laten we een voorbeeld bekijken om pensioenimputatie te verduidelijken. Stel, een partner overlijdt en laat een nalatenschap van €300.000 na aan de langstlevende partner. De langstlevende partner heeft recht op een partnervrijstelling van €795.156 (bedrag 2024). Daarnaast ontvangt de langstlevende partner een nabestaandenlijfrente van €10.000 per jaar voor 10 jaar. De vermenigvuldigingsfactor voor deze situatie (afhankelijk van leeftijd en duur) is bijvoorbeeld 8.
De berekening van de pensioenimputatie verloopt dan als volgt:
- Jaarlijkse uitkering: €10.000
- Brutowaarde van de aanspraak: €10.000 x 8 = €80.000
- Aftrek latente inkomstenbelasting (30%): €80.000 x 0,30 = €24.000
- Netto waarde van de aanspraak voor imputatie: €80.000 - €24.000 = €56.000
- Pensioenimputatie (50% van de netto waarde): €56.000 x 0,50 = €28.000
De partnervrijstelling van €795.156 wordt verminderd met €28.000. De nieuwe partnervrijstelling voor de erfbelasting is dan €795.156 - €28.000 = €767.156. Omdat de nalatenschap van €300.000 nog steeds ruim binnen deze verlaagde vrijstelling valt, betaalt de partner in dit specifieke voorbeeld geen erfbelasting over de nalatenschap. Echter, als de nalatenschap groter was geweest en dichter bij de oorspronkelijke vrijstelling, had deze imputatie wel degelijk kunnen leiden tot erfbelasting over een deel van de nalatenschap.
Het is raadzaam om bij vragen over de specifieke fiscale gevolgen en de impact op uw persoonlijke situatie contact op te nemen met een financieel adviseur of de Belastingdienst voor advies op maat. Meer informatie over de fiscale aspecten van lijfrentes en pensioenen na overlijden vindt u op de website van de Belastingdienst.