Waarom doen obligaties het slecht?
Waarom doen obligaties het slecht?
Obligaties doen het slecht wanneer hun waarde daalt, wat voornamelijk wordt veroorzaakt door stijgende rentes en hoge inflatie. Deze factoren verminderen de aantrekkelijkheid van bestaande obligaties met een vaste rentevergoeding, waardoor hun koers op de beurs daalt. Hierdoor kunnen beleggers een negatief rendement ervaren, zelfs als de obligatie uiteindelijk tegen de nominale waarde wordt afgelost.
De belangrijkste reden voor dalende obligatiekoersen is een stijging van de marktrente. Obligaties zijn schuldbewijzen die een vaste rentevergoeding (couponrente) uitkeren over een bepaalde looptijd. Wanneer de algemene rentetarieven stijgen, worden nieuw uitgegeven obligaties aantrekkelijker omdat ze een hogere rente bieden. Bestaande obligaties met een lagere couponrente worden dan minder waard op de secundaire markt, omdat niemand bereid is de oorspronkelijke prijs te betalen voor een lager rendement. Dit creëert een omgekeerde relatie: stijgende obligatierentes leiden tot dalende obligatiekoersen.
Een tweede cruciale factor die obligaties negatief beïnvloedt, is inflatie. Periodes van stijgende inflatie zijn slecht voor obligaties, vooral voor die met een vaste rente. De vaste rentevergoeding en de nominale aflossing van een obligatie verliezen koopkracht wanneer de prijzen van goederen en diensten stijgen. Dit betekent dat het reële rendement (na correctie voor inflatie) van de obligatie afneemt, of zelfs negatief wordt. Voor lange termijn beleggers kan de beperkte vermogensgroei van obligaties, zeker in combinatie met inflatie en belastingen, nadelig zijn voor het behoud van koopkracht over tijd.
Soms kan er sprake zijn van negatieve rentabiliteit op de obligatiemarkt, wat betekent dat investeerders bereid zijn verlies te nemen om obligaties te houden. Dit kan duiden op marktomstandigheden waarin inefficiënties optreden, of op een 'vlucht naar veiligheid' waarbij beleggers liever een klein verlies accepteren dan hogere risico's nemen in andere beleggingscategorieën, al is dit laatste niet expliciet een oorzaak van 'slecht presteren' in algemene zin, maar eerder een gevolg van marktdynamiek.
Naast de invloed van rente en inflatie, hebben obligaties van nature bepaalde kenmerken die hun prestaties kunnen beperken in vergelijking met andere beleggingsvormen. Hieronder een overzicht van enkele nadelen:
- Lager potentieel rendement: Obligaties bieden doorgaans lagere rendementen dan aandelen en vastgoed, vooral op de lange termijn. Dit geldt in het bijzonder voor staatsobligaties, die bekend staan om hun beperkte renditechances en een lager rendement hebben dan andere obligaties, zoals bedrijfsobligaties.
- Beperkte vermogensgroei: De vaste aard van de rente en aflossing betekent dat de vermogensgroei van obligaties vaak beperkt is. Dit kan, zoals eerder genoemd, de koopkracht van het vermogen aantasten bij aanhoudende inflatie.
- Gevoeligheid voor inflatie: Zoals besproken, tast inflatie de reële waarde van de toekomstige kasstromen van een obligatie aan, wat leidt tot een slechtere prestatie.
- Verminderde liquiditeit: Hoewel veel obligaties verhandelbaar zijn, kan de liquiditeit van bepaalde obligaties minder zijn dan die van aandelen, vooral voor kleinere uitgiftes of minder populaire obligaties. Dit kan het moeilijker maken om snel te verkopen zonder koersverlies.
- Risico van hogere-rendement obligaties: Hoewel hoger renderende obligaties, zoals bedrijfsobligaties, aantrekkelijker lijken, bieden ze doorgaans minder zekerheid tijdens marktdalingen. Dit komt doordat bedrijven met een lagere kredietwaardigheid een hoger risico op wanbetaling met zich meebrengen, wat de koers van hun obligaties onder druk zet in onzekere tijden.
Samenvattend presteren obligaties slecht wanneer stijgende rentes en inflatie de waarde van hun vaste inkomstenstromen eroderen, wat leidt tot dalende koersen en een verminderde koopkracht van het geïnvesteerde vermogen.