Wat is het wetsvoorstel box 3 werkelijk rendement?
Wat is het wetsvoorstel box 3 werkelijk rendement?
Het wetsvoorstel box 3 werkelijk rendement is een voorstel om belasting te heffen over het daadwerkelijk behaalde rendement op vermogen in box 3, in plaats van een forfaitair rendement. Dit betekent dat belastingplichtigen alleen belasting betalen over wat zij werkelijk hebben verdiend met hun vermogen, inclusief zowel directe opbrengsten als waardeontwikkeling. Het voorstel introduceert een vermogensaanwasbelasting als hoofdregel, met een tarief van 36% en een heffingsvrij inkomen van €1.800 per belastingplichtige.
Volgens Rijksoverheid.nl houdt het wetsvoorstel in dat belastingplichtigen uitsluitend belasting betalen over het rendement dat zij daadwerkelijk met hun vermogen in box 3 hebben verdiend. Dit nieuwe stelsel richt zich op het werkelijke rendement, dat bestaat uit twee componenten: direct rendement en indirect rendement. Direct rendement omvat opbrengsten zoals rente, huur en dividend, waarbij kosten die zijn gemaakt voor de verwerving, inning of het behoud van deze voordelen aftrekbaar zijn. Indirect rendement betreft de positieve of negatieve waardeontwikkeling van bijvoorbeeld aandelen of vastgoed over een jaar.
De hoofdregel van het wetsvoorstel is een vermogensaanwasbelasting. Dit betekent dat de waardeontwikkeling (indirect rendement) in principe jaarlijks wordt belast, ongeacht of het vermogen daadwerkelijk is verkocht. Voor specifieke vermogenscategorieën, zoals onroerende zaken en bepaalde niet-beursgenoteerde aandelen, wordt echter een vermogenswinstbelasting toegepast. Bij deze uitzondering wordt het indirecte rendement pas belast op het moment van verkoop, wanneer de winst daadwerkelijk gerealiseerd is.
Kosten die zijn gemaakt ter verwerving, inning of behoud van reguliere voordelen zijn aftrekbaar, met uitzondering van specifieke kostenposten. De behandeling van reguliere voordelen, kosten en verschuldigde rente in het wetsvoorstel volgt het kasstelsel. Dit houdt in dat inkomsten en uitgaven worden belast of afgetrokken in het jaar waarin ze daadwerkelijk zijn ontvangen of betaald, en niet op het moment dat ze zijn ontstaan of verschuldigd werden.
Het wetsvoorstel voorziet in een heffingsvrij inkomen van €1.800 per belastingplichtige. Dit betekent dat het eerste deel van het werkelijk behaalde rendement in box 3 onbelast blijft. Over het rendement boven dit heffingsvrije inkomen wordt een tarief van 36% geheven.
Voorbeeld:
Stel, je behaalt in 2026 een werkelijk rendement van €5.000 in box 3.
- Heffingsvrij inkomen: €1.800
- Belastbaar rendement: €5.000 - €1.800 = €3.200
- Verschuldigde belasting: 36% van €3.200 = €1.152
In dit geval betaal je €1.152 aan belasting over je box 3-vermogen.
Het wetsvoorstel maakt een onderscheid in de manier waarop rendement op verschillende vermogensbestanddelen wordt belast:
| Type belasting | Toepassing | Belastingmoment |
|---|---|---|
| Vermogensaanwasbelasting | Hoofdregel voor de meeste vermogensbestanddelen (bijv. beursgenoteerde aandelen, spaargeld) | Jaarlijks over de waardeontwikkeling (ook als niet verkocht) |
| Vermogenswinstbelasting | Uitzondering voor onroerende zaken en bepaalde niet-beursgenoteerde aandelen | Pas bij realisatie van de winst (verkoop) |