Wetsvoorstel werkelijk rendement box 3
Wetsvoorstel werkelijk rendement box 3
Het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 wil de belasting op vermogen anders regelen dan nu het geval is. Dit voorstel richt zich op het belasten van het daadwerkelijk behaalde rendement, in plaats van een fictief rendement. Het heeft gevolgen voor spaargeld, beleggingen en schulden in box 3.
Wat betekent het wetsvoorstel voor box 3?
Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 beoogt het forfaitaire box 3-stelsel te vervangen door een heffing op basis van het werkelijke rendement. Dit kabinetsvoorstel, met een voorgestelde ingangsdatum in 2027 of 2028, introduceert een hybride box 3 belasting. Dit is een fundamentele verschuiving — weg van aannames, naar de realiteit van uw vermogen.
Concreet betekent dit een vermogensaanwasbelasting voor spaargeld en liquide beleggingen. Voor vastgoed in box 3 introduceert het wetsvoorstel een vermogenswinstbelasting, die ook in 2027 zou ingaan. Het wetsvoorstel behandelt en regelt de belastingheffing op vastgoed in box 3 uitgebreid. Een belangrijke verandering is ook dat transactiekosten en servicekosten voor beleggingen aftrekbaar worden. Voor beleggers en spaarders betekent dit een directere koppeling tussen behaald resultaat en de belastingaanslag.
Hoe werkt belasting op werkelijk rendement?
Belasting op werkelijk rendement in box 3 betekent dat de heffing gebaseerd is op het daadwerkelijk behaalde rendement op uw vermogen. De Belastingdienst definieert dit als daadwerkelijke inkomsten uit vermogen, inclusief gerealiseerde en ongerealiseerde waardemutaties van vastgoed en andere beleggingen. De Nederlandse overheid wil dat vermogensbelasting over dit werkelijke rendement wordt betaald, en uitspraken van de Hoge Raad hebben besloten dat het werkelijke rendement belast moet worden, vooral als dit lager is dan het fictieve rendement. Voor belastingplichtigen met een lager werkelijk rendement wordt dan het werkelijke rendement belast in plaats van het forfaitaire rendement. Het werkelijke rendement op spaargeld en beleggingsrekeningen is relatief eenvoudig vast te stellen op basis van dividend en waardeveranderingen op jaarbasis.
Vermogensaanwasbelasting
Vermogensaanwasbelasting is een belasting die vanaf 2025 in box 3 wordt geheven. Deze belasting richt zich op het werkelijk behaalde rendement op uw vermogen. Het voorstel brengt jaarlijks belasting in rekening over reguliere inkomsten uit vermogen, zoals rente, huur en dividend. Ook de waardeontwikkeling van vermogensbestanddelen valt hieronder. Dit omvat ongerealiseerde waardestijgingen van bijvoorbeeld een tweede woning, aandelen en andere papieren winsten. De belasting geldt voor zowel inkomen uit vermogen als de aanwas van vermogen. Denk hierbij aan koerswinst of -verlies van aandelen en waardestijging of -daling van onroerend goed.
Vermogenswinstbelasting bij beleggingen en vastgoed
Vermogenswinstbelasting is een belasting die pas wordt geheven wanneer u winst realiseert uit de verkoop van een bezit. Dit geldt voor beleggingen en vastgoed in box 3, zoals tweede woningen en aandelen in startende ondernemingen. De winst wordt bepaald door de verkoopprijs min de aanschafprijs, gecorrigeerd voor stortingen, onttrekkingen, reguliere voordelen en kosten. Deze belasting op werkelijk behaald rendement wordt naar verwachting vanaf 2028 ingevoerd. Ook vermogenswinst of -verlies bij vervreemding van onroerende zaken, familiebedrijven en innovatieve ondernemingen valt hieronder.
Kosten, schulden en vrijstellingen
Kosten van schulden omvatten rente, commissies en andere kosten die direct aan leningen verbonden zijn. Deze post, vaak aangeduid met code 650 of 6500, bevat specifieke kosten zoals rente, commissies en kosten verbonden aan schulden. Het gaat hierbij om de financiële lasten die u betaalt voor het aangaan en aanhouden van een schuld. Boekhoudkundig wordt dit soms aangeduid als 6500 V.A. en het kan ook subrekening 650 betreffen. De post Kosten van schulden omvat verder interesten, commissies en kosten verbonden aan schulden.
Wanneer gaat het nieuwe box 3-stelsel in?
Het nieuwe box 3-stelsel is gepland om op 1 januari 2028 in te gaan. Dit wetsvoorstel, gericht op het belasten van werkelijk rendement, is uitgesteld vanuit een eerdere planning in 2027. De beoogde invoeringsdatum en de implicaties voor 2028 worden verder toegelicht.
Beoogde invoeringsdatum
De beoogde invoeringsdatum voor het nieuwe box 3-stelsel is 1 januari 2028. Deze datum is een jaar uitgesteld ten opzichte van de eerdere planning in 2027. Het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 moet nog het volledige wetgevingsproces doorlopen. Voor de meest actuele informatie over de voortgang kunt u de website van de Belastingdienst raadplegen.
Wat betekent dit voor 2028?
Het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 is beoogd in 2028 in te gaan. De precieze gevolgen voor uw vermogen en belasting zijn nog niet definitief vastgesteld. Voor de meest actuele informatie en de impact op uw persoonlijke situatie raadpleegt u de website van de Belastingdienst.
Welke gevolgen heeft het voor beleggers?
Het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 verandert de manier waarop beleggers belasting betalen over hun vermogen. De focus verschuift naar het daadwerkelijk behaalde rendement, wat de fiscale behandeling van aandelen, vastgoed en crypto beïnvloedt.
Aandelen en ETF's
Het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 verandert de belasting op aandelen en ETF's. U betaalt dan belasting over het daadwerkelijk behaalde rendement. Dit omvat zowel dividend als gerealiseerde koerswinsten. Voor de exacte berekening en de meest actuele informatie verwijzen wij u naar de Belastingdienst.
Vastgoed
Vastgoedbeleggingen vallen ook onder het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3. De belastingheffing over deze bezittingen verschuift dan naar het werkelijk behaalde rendement. Dit omvat zowel huurinkomsten als de waardestijging bij verkoop. Voor de exacte details en actuele voorwaarden raadpleegt u de Belastingdienst.
Crypto
De behandeling van crypto binnen het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 is nog niet specifiek uitgewerkt. Het is wel aannemelijk dat de belastingheffing zal plaatsvinden op basis van het werkelijk behaalde rendement, net als bij andere beleggingen. Dit betekent dat zowel waardestijgingen als eventuele inkomsten uit crypto worden meegenomen. Voor de meest actuele stand van zaken en specifieke richtlijnen over crypto in box 3 raadpleegt u de website van de Belastingdienst.
Hoe bereken je het werkelijk rendement in box 3?
U berekent het werkelijk rendement in box 3 over het gehele vermogen, inclusief banktegoeden, gedurende het kalenderjaar. Dit rendement omvat alle directe opbrengsten zoals rente, dividend en huur, en ook waardeveranderingen van bijvoorbeeld effecten en onroerend goed. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde positieve en negatieve waardemutaties tellen mee. Ook de rente van schulden en andere kosten in box 3 worden hierbij meegenomen, zonder aftrek van het heffingsvrije vermogen. Hieronder vindt u rekenvoorbeelden voor beleggingen en situaties met verlies.
Rekenvoorbeeld met beleggingen
Een rekenvoorbeeld met beleggingen toont hoe uw vermogen kan groeien door samengestelde rente, wat relevant is voor het werkelijk rendement in box 3. Investeert u eenmalig 10.000 euro met 5 procent jaarlijks rendement en herbelegt u de rente, dan groeit dit bedrag in 30 jaar tot 43.219,42 euro. Zonder herbelegging van het jaarlijkse rendement is de totale opbrengst over 30 jaar slechts 25.000 euro. Kosten beïnvloeden het eindbedrag sterk: een belegger met 100.000 euro en 5,69 procent jaarlijks rendement kan na 30 jaar ongeveer 400.000 euro vermogen hebben bij 0,94 procent kosten per jaar, maar slechts 272.650 euro bij 2,29 procent kosten. Ook een eenmalige inleg van 100.000 euro met 7 procent gemiddeld rendement per jaar kan na 30 jaar tot 310.000 euro kapitaal leiden. Door maandelijks 500 euro te beleggen met 5 procent rendement per jaar, bouwt u in 30 jaar 409.349 euro op. Zelfs met een initiële kostenpost van 5 procent, zoals een 'Ausgabeaufschlag', kan een effectieve investering van 47.500 euro met 6 procent rendement per jaar na 30 jaar ongeveer 273.000 euro waard zijn. Een maandelijkse inleg van 100 dollar met 7 procent gemiddeld jaarlijks rendement kan in 30 jaar meer dan 100.000 dollar opbouwen.
Rekenvoorbeeld met verlies
Een rekenvoorbeeld met verlies laat zien hoe u negatieve resultaten kunt verrekenen. In een financieel voorbeeld kunnen te verrekenen verliezen -25.000 euro bedragen. Na verrekening met een boekwinst blijft er soms € 35.714 over. Dit bedrag kunt u dan verrekenen met de winst van een nieuwe eenmanszaak. Zo kon een vennootschap in 2022 een verlies van € 6.000.000 verrekenen. De verrekening van verliezen verschilt dus per situatie.
Wat is de stand van zaken van het wetsvoorstel?
Het wetsvoorstel nummer 35 439, dat het werkelijk rendement in box 3 wil belasten, is in behandeling bij de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Voordat een wetsvoorstel daar komt, heeft het al stappen doorlopen zoals behandeling in de Tweede Kamer en advies van de Raad van State. Daarna volgen nog verdere stappen in het wetgevingsproces.
Behandeling in Tweede Kamer
De Tweede Kamer der Staten-Generaal behandelt wetsvoorstellen, zoals het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3. Deze behandeling duurt meestal enkele maanden, inclusief recessen en debatten. Voor meer informatie over de box 3 wet, zie deze pagina over de wet. Kamerleden kunnen debatten en agendapunten initiëren om onderwerpen op de agenda te krijgen. Een behandeling kan uitgesteld worden als er nog geen nieuw kabinet is gevormd. Na de behandeling in de Tweede Kamer gaat het wetsvoorstel naar de Eerste Kamer.
Advies van de Raad van State
De Raad van State heeft het kabinet geadviseerd over het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3. Op 2 december 2024 verzocht de Raad van State het kabinet om het huiswerk opnieuw te doen. In juni 2025 gaf de Raad van State zelfs het advies om het voorstel niet in te dienen bij de Tweede Kamer. De Raad van State adviseerde de wetgever ook om de beperkte ruimte voor aanvullende regelingen te benutten.
Volgende stappen in het wetgevingsproces
Het wetgevingsproces voor een wetsvoorstel in Nederland kent meerdere stappen. Een wetsvoorstel, zoals dat over het werkelijk rendement in box 3, moet goedkeuring krijgen van diverse instanties. Dit proces omvat een formele behandeling door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Het vergt voorbereiding en langdurige wettelijke procedures. Uiteindelijk vindt er een stemming plaats in de Eerste Kamer, na een voorbereidend proces.
Wat verandert er voor spaargeld, obligaties en leningen in box 3?
Het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 verandert de belasting op spaargeld, obligaties en leningen door te heffen op werkelijke inkomsten en waardeontwikkeling. Voor bank- en spaartegoeden betekent dit dat de werkelijke inkomsten, zoals rente minus kosten, belast worden. Spaarders met box 3 vermogen betalen belasting over de werkelijk ontvangen rente. Ook de belasting voor beleggers in obligaties ondergaat veranderingen door dit plan voor daadwerkelijk rendement.
Vorderingen en schulden in het nieuwe box 3-stelsel belasten eveneens werkelijke inkomsten, waarbij rente en kosten meetellen. Een schuld die in box 3 valt, verlaagt de rendementsgrondslag voor inkomen uit sparen en beleggen. Dit is een belangrijke wijziging, vooral als u bijvoorbeeld een lening heeft voor een tweede woning.
Sinds 2023 zijn er al tussentijdse aanpassingen geweest in box 3. Schulden in box 3 worden voor de belasting minder waard. Box 3-schulden krijgen vanaf 2023 een eigen, lager forfaitair rendement. Een lening die in Box 3 valt, vermindert het inkomen in Box 3 uit sparen en beleggen. Voor beleggers leidde 2023 al tot fors hogere box 3 belasting op bezittingen exclusief spaargeld. Belastingplichtigen met beleggingen en/of een hypotheeklening in box 3 betalen meestal meer belasting onder de forfaitaire spaarvariant. Dit betekent dat de overgang naar het werkelijke rendement een verdere stap is in een reeks veranderingen, waarbij veel belastingplichtigen met beleggingen vanaf 2023 al meer box 3 belasting moesten betalen.
Hoe bereid je je als belegger voor op het nieuwe box 3-stelsel?
Als belegger bereidt u zich voor op het nieuwe box 3-stelsel door de verwachte hogere belastingdruk te begrijpen. Beleggers in het nieuwe box 3-stelsel betalen relatief meer belasting dan in het huidige systeem. Belastingplichtigen die beleggen, worden na invoering van het nieuwe systeem zwaarder belast.
Het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 belast werkelijke inkomsten en vermogensaanwas van aandelen, obligaties, winstbewijzen en opties. Dit geldt ook voor aandelen in start-ups en familiebedrijven onder de 5%-drempel, waarbij werkelijke inkomsten en vermogenswinst worden belast. Voor onroerende zaken en bepaalde aandelen betaalt u jaarlijks belasting over de werkelijke inkomsten, na aftrek van kosten.
Wat is het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3?
Het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 is een kabinetsvoorstel dat het huidige forfaitaire box 3-stelsel wil vervangen. Het doel is om belasting te heffen op basis van het daadwerkelijk behaalde rendement. Dit rendement bestaat uit direct rendement, zoals rente, huur en dividend, en indirect rendement. Hiervoor introduceert het wetsvoorstel een vermogensaanwas- en vermogenswinstsystematiek. Staatssecretaris Van Oostenbruggen heeft dit wetsvoorstel werkelijk rendement op 19 mei 2025 aangeboden aan de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel is op diezelfde datum gepubliceerd.
Kun je werkelijk rendement box 3 berekenen?
Ja, u kunt het werkelijke rendement in box 3 berekenen. Dit rendement wordt vastgesteld op basis van het nominale rendement over uw gehele vermogen in box 3. De Hoge Raad bepaalt dat dit zonder inflatiecorrectie is. Het rendement wordt afzonderlijk per jaar berekend en omvat zowel gerealiseerde als ongerealiseerde vermogensmutaties. Alle vermogensbestanddelen, inclusief banktegoeden en inflatiewinst, tellen mee. De berekening neemt rente, dividend, huur en alle waardeveranderingen in acht. Ook ongerealiseerde waardeveranderingen en de rente van schulden in box 3 worden hierbij meegenomen.
Is er in 2028 een heffing op werkelijk rendement in box 3?
Ja, er komt een heffing op werkelijk rendement in box 3 vanaf 2028. Vanaf 1 januari 2028 zullen belastingplichtigen belasting betalen over hun werkelijk behaalde rendement. Deze nieuwe box 3-heffing baseert de belasting op het daadwerkelijk gerealiseerde rendement. Het omvat waardeveranderingen van beleggingen of vastgoed, ook als deze nog niet gerealiseerd zijn. De belastingheffing vindt plaats over zowel direct als indirect rendement.
Is er vrijstelling voor het werkelijk rendement in box 3?
Ja, er is een mogelijkheid tot belastingvermindering in box 3 als uw werkelijk rendement lager is dan het forfaitaire rendement. U kunt bezwaar maken tegen de aanslag inkomstenbelasting wanneer uw werkelijk rendement op spaargeld of beleggingen lager uitvalt. De belastingaanslag moet dan verminderd worden tot een heffing over het werkelijke rendement, zoals vastgelegd in de Herstelwet. Belastingplichtigen mogen aantonen dat hun daadwerkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Dit kan al vanaf belastingjaar 2017. Deze tegenbewijsregeling biedt een belangrijke bescherming. U heeft de keuze om de forfaitaire berekening te volgen of een lager werkelijk rendement aan te tonen. Deze regeling blijft van kracht tot de invoering van het nieuwe box 3-stelsel in 2028.