Wat is de wet werkelijk rendement box 3?
Wat is de wet werkelijk rendement box 3?
De wet werkelijk rendement box 3 is een conceptwetsvoorstel in Nederland dat beoogt de belastingheffing over vermogen in box 3 te baseren op het daadwerkelijk behaalde rendement, in plaats van een forfaitair rendement. Dit nieuwe stelsel, met een verwachte inwerkingtreding in 2028, wil belastingplichtigen laten betalen over de werkelijke inkomsten en waardeveranderingen van hun vermogen, wat resulteert in een eerlijkere vermogensaanwasbelasting.
Het primaire doel van dit wetsvoorstel is om de belastingheffing in box 3 eerlijker en transparanter te maken. Door aan te sluiten bij de daadwerkelijk behaalde opbrengsten uit vermogen, wordt afgestapt van het systeem waarbij een vast percentage rendement werd verondersteld, ongeacht wat de belastingplichtige werkelijk heeft verdiend. Dit betekent dat de belasting niet langer wordt gebaseerd op een geschat rendement, maar op de concrete opbrengsten en waardestijgingen van bezittingen.
Het werkelijk rendement in box 3 omvat twee hoofdcategorieën van opbrengsten, die samen de grondslag vormen voor de belastingheffing:
- Direct rendement: Dit zijn de lopende inkomsten die direct uit het vermogen voortvloeien. Voorbeelden hiervan zijn:
- Rente op spaargeld en andere banktegoeden.
- Dividendopbrengsten uit aandelen, na aftrek van eventuele kosten.
- Huurinkomsten uit verhuurd onroerend goed, na aftrek van direct toerekenbare kosten zoals onderhoud en beheer.
- Pachtopbrengsten uit landbouwgrond.
- Indirect rendement: Dit betreft de waardeveranderingen van de bezittingen zelf. Hieronder vallen:
- Waardeontwikkeling van aandelen, zowel gerealiseerd (bij verkoop) als ongerealiseerd (bij waardestijging zonder verkoop).
- Waardeontwikkeling van onroerend goed, eveneens zowel gerealiseerd (bij verkoop) als ongerealiseerd (bij waardestijging zonder verkoop).
- Waardeveranderingen van overige beleggingen.
Het werkelijke rendement in een jaar wordt vastgesteld op basis van zowel gerealiseerde als ongerealiseerde opbrengsten, inclusief rente, dividend, huur en waardeveranderingen. Dit betekent dat niet alleen de inkomsten die daadwerkelijk op een bankrekening zijn gestort belast worden, maar ook de papieren waardestijging van bijvoorbeeld aandelen of vastgoed die nog niet zijn verkocht. Een voorbeeld ter illustratie: Stel, u heeft €50.000 spaargeld dat 1% rente oplevert (€500), €100.000 aan aandelen die 2% dividend uitkeren (€2.000) en 5% in waarde stijgen (€5.000), en een verhuurd pand van €200.000 dat €12.000 huurinkomsten genereert (na kosten €10.000 netto) en 3% in waarde stijgt (€6.000). Uw totale werkelijke rendement voor dat jaar zou dan €500 + €2.000 + €5.000 + €10.000 + €6.000 = €23.500 bedragen.
Voor de vaststelling van het werkelijke rendement wordt uitgegaan van het totale vermogen in box 3. Hierbij vindt geen aftrek van het heffingsvrije vermogen plaats voordat het rendement wordt berekend. Het heffingsvrije vermogen is een bedrag waarover geen belasting wordt geheven, maar de berekening van het rendement vindt plaats over het gehele vermogen in box 3. Dit is een belangrijk verschil met eerdere benaderingen en geldt al sinds 2017 voor de grondslag van box 3.
De wet werkelijk rendement box 3 is nog een conceptwetsvoorstel en de details kunnen tot de uiteindelijke inwerkingtreding in 2028 nog wijzigen. Het is een fundamentele wijziging in de manier waarop vermogen in Nederland wordt belast, met als doel een eerlijker en transparanter systeem te creëren. Meer informatie over de actuele ontwikkelingen vindt u op de website van de Rijksoverheid.