Werkelijk rendement box 3 in 2028
Werkelijk rendement box 3 in 2028
Het werkelijk rendement in box 3 wordt vanaf 1 januari 2028 belast volgens een nieuw stelsel, waarbij daadwerkelijk behaald rendement de grondslag vormt voor de heffing. Dit wetsvoorstel heeft een tarief van 36% vastgesteld en omvat ook waardeveranderingen van beleggingen en vastgoed die nog niet gerealiseerd zijn. Op deze pagina leest u wat de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 in 2028 voor u betekent.
Wat betekent het wetsvoorstel voor box 3?
Het wetsvoorstel voor box 3 betekent een overgang van een forfaitair stelsel naar een belastingheffing op basis van werkelijk rendement. Dit voorstel introduceert een hybride belasting, met vermogensaanwasbelasting voor spaargeld en liquide beleggingen, en vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken. Het regelt ook specifiek de belastingheffing op vastgoed in box 3. De oorspronkelijk voorgestelde ingangsdatum was 1 januari 2027, maar het streven is een eerlijkere vermogensbelasting per 2028. Staatssecretaris Van Oostenbruggen heeft het wetsvoorstel in mei 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd.
Wanneer gaat de wet werkelijk rendement in?
De Wet werkelijk rendement Box 3 wordt naar verwachting op 1 januari 2028 ingevoerd. Deze wet belast het daadwerkelijk behaalde rendement in Box 3. Het wetsvoorstel geeft een eigen invulling aan het begrip 'werkelijk rendement', anders dan de rekenregels van de Hoge Raad. De politiek in Nederland moet de definitie van werkelijk rendement in box 3 nog bepalen, een proces dat loopt van 2024 tot 2028. De Wet werkelijk rendement Box 3 belast in de toekomst positieve rendementen.
Het werkelijk behaalde rendement omvat indirecte rendementen, zoals de waardeontwikkeling van beleggingen. Ook gerealiseerde en ongerealiseerde vermogensmutaties, inclusief koerswinsten van niet-verkochte aandelen, worden meegenomen. De Wet rechtsherstel Box 3 licht het begrip werkelijk rendement verder toe. Voor u als belegger is het belangrijk te weten dat de Hoge Raad voor de periode 2017 tot en met 2023 werkelijk rendement definieerde als lopend inkomen en waardeveranderingen, inclusief rente, dividend, huur en zowel positieve als negatieve waardeveranderingen. De definitie van werkelijk rendement is hierbij een cruciaal punt, waar de politiek en rechtspraak nog volop mee bezig zijn, mede door 14 arresten van de Hoge Raad sinds juni 2024. Na de definitie kan het begrip redelijk zorgvuldig worden ingeschat.
Hoe wordt werkelijk rendement berekend?
Werkelijk rendement wordt in principe vastgesteld op nominaal rendement. De methode voor het berekenen van rendement bij beleggingen is echter ingewikkelder, omdat veel factoren zoals koerswinst of -verlies en directe beleggingsopbrengsten meespelen. U kunt rendement berekenen als percentage, door te kijken naar verkoopprijs, aankoopprijs en inkomsten, of als bedrag, door de eindwaarde te verminderen met de totale inleg. Voor een belegger is het ook belangrijk om het reële rendement te berekenen als het verschil tussen nominaal rendement en inflatie. Meer details over werkelijk rendement en de box 3-heffing omvatten onder meer vermogensaanwas en vermogenswinst, met specifieke tarieven en een heffingsvrij resultaat.
Vermogensaanwasbelasting
Vermogensaanwasbelasting heft jaarlijks belasting over het werkelijke rendement van uw vermogen. Dit omvat zowel reguliere inkomsten zoals rente, huur en dividend, als de gerealiseerde en ongerealiseerde waardeontwikkeling van uw bezittingen. Dit betekent dat ook de waardestijging van bijvoorbeeld een tweede woning of aandelen wordt belast, zelfs als u deze nog niet heeft verkocht. Deze belasting wordt in Nederland vanaf 2027 ingevoerd.
Vermogenswinstbelasting
Vermogenswinstbelasting belast het werkelijk behaalde rendement op uw vermogen in Nederland vanaf 2028. Dit stelsel volgt de huidige vermogensrendementsheffing op. De belasting heft winst bij de verkoop van vermogensbestanddelen. Denk hierbij aan onroerend goed en bepaalde aandelen in box 3. De winst wordt berekend als de verkoopprijs min de aanschafprijs. Deze wordt gecorrigeerd voor kosten, stortingen en onttrekkingen. Reguliere inkomsten uit vermogen, zoals rente of dividend, worden jaarlijks belast. De waardestijging wordt pas belast op het moment van verkoop.
Tarief en heffingsvrij resultaat
Het tarief en het heffingsvrij resultaat voor het werkelijk rendement in box 3 vanaf 2028 zijn nog niet definitief vastgesteld. De bepaling van deze details maakt deel uit van het wetsvoorstel. Voor de meest actuele informatie hierover raadpleegt u de Belastingdienst. Zij publiceren de definitieve cijfers.
Welke bezittingen en schulden vallen eronder?
Onder het nieuwe box 3-stelsel voor werkelijk rendement vallen diverse bezittingen en schulden. Dit omvat uw spaargeld en beleggingen, zoals aandelen, ETF's, onroerende zaken en crypto. Ook verschillende soorten schulden, waaronder hypotheken, studieschulden, persoonlijke leningen, belastingverplichtingen en zelfs vervallen obligaties, verminderen uw totale bezittingen voor de berekening van uw nettovermogen.
Aandelen en ETF's
Aandelen en ETF's vallen vanaf 2028 onder de heffing van werkelijk rendement in box 3. Dit betekent dat niet langer een fictief rendement, maar de daadwerkelijk behaalde winsten en verliezen uit deze beleggingen meetellen voor de belasting. Voor de specifieke waardering en berekening van het rendement op aandelen en ETF's kunt u de meest actuele richtlijnen van de Belastingdienst raadplegen.
Onroerende zaken
Onroerende zaken zijn objecten die duurzaam met de grond zijn verbonden, hetzij rechtstreeks, hetzij door bestemming. Dit omvat de grond zelf en alles wat daarop of daarin vastzit. Het gaat om zaken of constructies die niet gemakkelijk te demonteren zijn zonder vernietiging. Voorbeelden hiervan zijn gebouwen, zoals een woonhuis of bedrijfspanden, en beplanting die vastzit in de aarde. Zelfs nog niet gewonnen delfstoffen vallen onder onroerende zaken. Onroerende zaken die u aan derden verhuurt, kunnen tot ondernemingsvermogen behoren.
Crypto en overige beleggingen
Crypto en andere beleggingen vallen onder het nieuwe box 3-stelsel voor werkelijk rendement. Dit betekent dat de belastingheffing gebaseerd is op de daadwerkelijk behaalde winsten en verliezen. De exacte waardering en de manier waarop dit rendement wordt berekend, kan complex zijn. Voor gedetailleerde informatie over de fiscale behandeling van specifieke beleggingen, zoals crypto, raadpleegt u de Belastingdienst.
Wat verandert er voor beleggers in de praktijk?
Het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement vraagt van beleggers een aanpassing van hun strategieën. Beleggers passen hun verwachtingen aan een omgeving van aanhoudend hogere rendementen en veranderende mondiale financiële landschappen aan. Dit leidt tot een herschikking van verwachte rendementen over activaklassen en een grotere voorkeur voor veilige beleggingen. Investeerders moeten zich voorbereiden op een aanzienlijke toename van beursbeweeglijkheid en risico's zoals wijzigingen in renteverwachtingen.
Administratie en waardering
De administratie en waardering van uw vermogen voor het werkelijk rendement in box 3 vanaf 2028 zijn nog niet volledig uitgewerkt. Hoe u bezittingen en schulden precies moet bijhouden en waarderen, zal afhangen van de definitieve wetgeving. De Belastingdienst zal hierover meer duidelijkheid geven zodra de wetgeving is vastgesteld. Het is raadzaam om een financieel adviseur te raadplegen voor persoonlijk advies over uw specifieke situatie.
Verliesverrekening
Verliesverrekening betekent dat u verliezen kunt compenseren met behaalde winsten. Vanaf 2028 is dit toegestaan voor verliezen groter dan €500 in box 3. Dit biedt de mogelijkheid om verliezen mee te nemen naar toekomstige jaren, bekend als 'carryforward'. De regels voor verliesverrekening zijn al eerder veranderd, namelijk per 1 januari 2022. Dit helpt om de belastingdruk over het werkelijk rendement te verzachten.
Gevolgen voor rendement box 3
De invoering van het werkelijk rendement in box 3 vanaf 2028 heeft directe gevolgen voor hoe uw vermogen belast wordt. Vanaf 2025 wordt het rendement in box 3 berekend over het gehele vermogen. Tot de definitieve invoering van het nieuwe stelsel mogen belastingplichtigen aantonen dat hun daadwerkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Voor 2025 bedraagt dit forfait 7,8 procent. Vanaf 2025 kunt u een rekentool gebruiken om te bepalen of een herberekening op basis van werkelijk rendement zinvol is.
Wat is de stand van zaken in de Tweede Kamer?
De Tweede Kamer onderhandelt voortdurend over beleidsafspraken. Zo vonden eind 2023 belangrijke besprekingen plaats, zowel binnen de Kamer als in de wandelgangen. Momenteel heeft het kabinet een meerderheid van slechts één zetel, wat de volledige deelname van alle Kamerleden essentieel maakt. Deze situatie beïnvloedt de besluitvorming over wetsvoorstellen, zoals de invoering van het werkelijk rendement in box 3 vanaf 2028.
Is werkelijk rendement al definitief aangenomen?
Nee, het concept van werkelijk rendement voor box 3 is nog niet definitief aangenomen. De politiek in Nederland weigert zelfs een duidelijke definitie te geven voor de box 3 vermogensbelasting in de huidige periode (2025). Er bestaan nog twijfels over de invulling van het werkelijk rendement, vooral bij het onderscheid tussen aandelen en vastgoed. Ook de definitie voor overige vermogensbestanddelen is nog in onderzoek. Hoewel het begrip 'werkelijk rendement' in box 3 redelijk zorgvuldig ingeschat kan worden na een definitie, moet de Hoge Raad zich nog uitspreken over de precieze invulling ervan.
Geldt de nieuwe box 3-heffing ook voor spaargeld?
Ja, de nieuwe box 3-heffing op basis van werkelijk rendement geldt ook voor spaargeld. Sinds 2023 is de belastinggrondslag voor spaargeld gewijzigd van een fictief naar een werkelijk rendement. De belasting op spaargeld is volgens de nieuwe rekenmethode lager dan voorheen. Dit is voordeliger voor belastingplichtigen met veel spaargeld. U betaalt in de meeste gevallen vrijwel geen belasting over uw spaargeld. Een spaarder met €150.000 spaargeld betaalt bijvoorbeeld geen vermogensrendementsheffing. Naar schatting betalen 1,35 miljoen belastingplichtigen geen belasting over hun spaargeld. In de overbruggingsfase tot en met 2025 wordt de heffing gebaseerd op de actuele spaarrente. Het belastingtarief in box 3 op spaargeld steeg per 1 januari 2024 naar 36%.
Hoe verschilt werkelijk rendement van forfaitair rendement?
Werkelijk rendement meet wat u echt verdient met uw vermogen, terwijl forfaitair rendement een vastgesteld, fictief percentage is. De Hoge Raad heeft bepaald dat dit forfaitaire rendement zo dicht mogelijk bij het werkelijke rendement moet aansluiten. Toch is er vaak een verschil in de praktijk. Voor beleggers met aandelen is het werkelijke rendement bijvoorbeeld ongeveer 1 procent lager dan het forfaitaire rendement na aftrek van kosten. Aan de andere kant is het werkelijke rendement op vastgoed meestal hoger dan het forfaitaire. Ook voor de rijkste 10 procent huishoudens is het werkelijke effectenrendement vaak hoger dan het forfaitaire rendement van 4 procent. Voor spaarders is het praktijkwerkelijke rendement vaak lager dan het fictieve rendement van minder dan 4 procent. Beleggers met een werkelijk rendement dat hoger is dan het forfaitaire, betalen tot minstens 2027 belasting over het forfaitaire rendement. Deze verschillen benadrukken de noodzaak van een eerlijkere belastingheffing op basis van werkelijk rendement.
Wat betekent dit voor mijn aangifte vanaf 2028?
De volledige invoering van het werkelijk rendement in box 3 staat gepland vanaf 2028. Toch kon u voor de aangifte inkomstenbelasting over 2025 al werkelijk rendement opgeven. Dit geeft u de kans om alvast te wennen aan het opgeven van uw daadwerkelijk behaalde rendement. De precieze invulling van de aangifte vanaf 2028 is nog niet definitief. Voor de meest actuele informatie hierover raadpleegt u de Belastingdienst.