Vrijgestelde beleggingsinstelling en fictief rendement
Vrijgestelde beleggingsinstelling en fictief rendement
Een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) is een beleggingsfonds dat onder specifieke voorwaarden geen vennootschapsbelasting betaalt. Het fictief rendement is hierbij een belangrijk concept voor de belastingheffing van de aandeelhouders, vooral in box 2. Op deze pagina leest u hoe dit precies werkt en wanneer een VBI fiscaal aantrekkelijk kan zijn.
Wat betekent fictief rendement bij een VBI?
Fictief rendement, ook wel forfaitair rendement genoemd, is een vast percentage dat de Belastingdienst hanteert om de verwachte winst van een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) te berekenen. Dit percentage is cruciaal voor de fiscale afhandeling van uw beleggingen. De wetgeving stelt dit forfaitair rendement vast per jaar over de waarde van de VBI, met een waarde van 5,38%.
Over dit forfaitair rendement betaalt u in box 2 minimaal 1,345% inkomstenbelasting. Dit betekent een heffing van 25 procent inkomstenbelasting over het fictief rendement van de VBI. Het forfaitair rendement verhoogt ook de verkrijgingsprijs van de VBI in Nederland. Een inspecteur van de inkomstenbelasting berekent daarnaast een fictief regulier voordeel over AB-aandelen in een VBI, wat in 2023 6,17% bedroeg volgens de Wet Vennootschapsbelasting 1969, artikel 6a.
Hoe werkt de fiscale behandeling in box 2?
De fiscale behandeling van een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) in box 2 richt zich op de aandeelhouder. U betaalt inkomstenbelasting over een fictief rendement op uw aandelen in de VBI. Dit fictieve rendement wordt jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst. Het is een percentage van de waarde van uw VBI-aandelen. De Belastingdienst berekent dit rendement om uw fiscale winst uit de belegging vast te stellen. Voor de exacte berekening en de actuele percentages raadpleegt u de website van de Belastingdienst.
Wanneer is een VBI fiscaal aantrekkelijk?
Een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) is fiscaal aantrekkelijk wanneer u vennootschapsbelasting wilt vermijden en belastingvrij wilt beleggen. Het biedt een belastingvoordeel doordat er geen vennootschapsbelasting wordt geheven over de voordelen. Dit maakt de VBI een interessante optie voor belastingoptimalisatie, vooral met zorgvuldige planning.
De VBI is aantrekkelijk voor vermogende DGA's en particulieren die dividendinkomen uit hun B.V. genieten. Ook voor een B.V. met veel liquiditeit is het overwegen van een VBI zeer interessant. De aantrekkelijkheid van een VBI neemt verder toe door de voorgenomen wijziging in box 3, waarbij vanaf 2027 het werkelijke rendement wordt belast. Een VBI is vooral geschikt voor beleggingen met weinig risico, zoals obligaties, deposito's en spaartegoeden. Het omslagpunt voor het overwegen van een VBI ligt ruimschoots boven 1 miljoen euro.
Welke voorwaarden gelden voor een vrijgestelde beleggingsinstelling?
De voorwaarden voor een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) zijn fiscaal van aard. Deze regels bepalen of een VBI in aanmerking komt voor de vrijstelling van vennootschapsbelasting. Ze omvatten eisen aan de soort beleggingen en de structuur van de instelling.
Voor de meest actuele en gedetailleerde voorwaarden raadpleegt u de Belastingdienst. De specifieke vereisten kunnen complex zijn en wijzigen regelmatig.
Wat zijn de gevolgen voor dga, loon en privévermogen?
De fiscale gevolgen van een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) voor een directeur-grootaandeelhouder (dga), diens loon en privévermogen zijn afhankelijk van de specifieke situatie. Deze gevolgen hangen samen met de structuur van de VBI en de toepassing van het fictief rendement.
De interactie tussen de VBI, het gebruikelijk loon van de dga en de vermogensplanning vraagt om zorgvuldige overweging. Voor een gedetailleerd inzicht in de impact op uw persoonlijke financiën is advies van de Belastingdienst of een fiscaal specialist nodig.
Hoe verhoudt een VBI zich tot box 3 en andere structuren?
Een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) biedt een alternatief voor vermogen dat anders in box 3 zou vallen. Particulieren met aanzienlijk vermogen in box 3 kunnen een VBI gebruiken voor belastingoptimalisatie. Vermogen uit box 3 kan ook naar een BV of een VBI worden overgeheveld om de heffing in box 3 te ontlopen. Voor wie aanzienlijk vermogen heeft, biedt een VBI een gestructureerde manier om de belastingdruk in box 3 te optimaliseren.
De fiscale regels voor VBI's zijn in 2017 aangepast. Vanaf dat moment vindt de afrekening plaats in box 2. De VBI-tarieven zijn sindsdien gekoppeld aan de tarieven in box 3. Dit betekent dat het box 3 heffingstarief wordt gekoppeld aan het rendement waarmee binnen de VBI wordt gerekend. Een belastingplichtige met een VBI in box 2 betaalt 25 procent inkomstenbelasting over het fictief rendement. In 2023 berekende de inspecteur inkomstenbelasting een fictief regulier voordeel van 6,17 procent over AB-aandelen in een VBI, gebaseerd op de Wet Vennootschapsbelasting 1969, artikel 6a. De relatie tussen een VBI en box 3 is dus dynamisch — niet statisch. Als het forfaitaire rendement in de VBI te hoog wordt, kan een AB-houder de aandelen in de VBI verkopen en het vermogen vanaf 1 januari 2023 weer in box 3 beleggen.
Wat is een vrijgestelde beleggingsinstelling?
Een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) is een beleggingsfonds dat onder specifieke voorwaarden geen vennootschapsbelasting betaalt. Dit type instelling is bedoeld voor beleggers die hun vermogen op een fiscaal efficiënte manier willen beheren. De Belastingdienst stelt hiervoor strikte eisen aan de structuur en de beleggingen. Voor de exacte voorwaarden en actuele informatie over een vrijgestelde beleggingsinstelling raadpleegt u de website van de Belastingdienst.
Wat is een fictief rendement?
Fictief rendement, ook wel forfaitair rendement genoemd, is een door de Belastingdienst vastgesteld percentage. Dit percentage wordt gebruikt om de verwachte winst op vermogen te berekenen, waarop vervolgens vermogensrendementsheffing wordt geheven. Het is belangrijk te weten dat dit fictieve rendement vaak hoger uitvalt dan het werkelijke rendement dat u behaalt, vooral bij beleggingen in box 3. Voor overige bezittingen in box 3, zoals beleggingen in aandelen of obligaties, hanteert de Belastingdienst een fictief rendement van ruim 5,5 procent. Daarentegen was het fictieve rendement voor bank- en spaartegoeden in 2021 slechts 0,01%. Meer informatie over fictief rendement in box 3 vindt u op onze website.
Wat zijn vrijgestelde beleggingen?
Vrijgestelde beleggingen zijn de activa die een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) aanhoudt. Deze beleggingen zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting, mits ze voldoen aan specifieke voorwaarden. De Belastingdienst stelt deze voorwaarden vast, gebaseerd op de Wet inkomstenbelasting 2001. Dit maakt de VBI een fiscaal aantrekkelijke optie voor vermogensbeheer.
Hoe werkt het fictieve rendement in box 3 in 2025 en 2026?
Het fictieve rendement voor beleggingen in box 3 was in 2025 vastgesteld op 5,88 procent. Voor 2026 wordt een stijging van dit percentage verwacht. Dan zou het fictieve rendement op beleggingen in box 3 oplopen tot 7,77 procent. Dit is een verhoging van ongeveer 2 procentpunt ten opzichte van 2025. Het kabinet overweegt deze aanpassing nog.
Wanneer is een VBI niet geschikt?
Een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) is niet geschikt als u geen vergunning heeft; per 1 januari 2024 kwalificeren VBI's zonder vergunning niet langer als zodanig. Het VBI-regime is ook niet bedoeld voor vermogende personen en families. De maatregel is in 2023 bekritiseerd, omdat VBI's voornamelijk door vermogende particulieren werden gebruikt in plaats van brede publieke investeringsinstellingen. Het gebruik van een VBI is beperkt tot beleggingsinstellingen met een brede publieke focus. Daarnaast is een VBI voornamelijk geschikt voor beleggingen anders dan aandelen.
Moet een dga rekening houden met gebruikelijk loon?
Ja, een directeur-grootaandeelhouder (dga) moet rekening houden met de gebruikelijkloonregeling. Een dga is verplicht een gebruikelijk loon op te geven, en de directeur-grootaandeelhouder van een eigen bv is in 2025 verplicht om dit te doen. Het gebruikelijk loon van een DGA is als vuistregel gelijk aan het loon van een vergelijkbare werknemer, met een richtlijn van €56.000, en moet minimaal 75% zijn van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Tot eind 2022 vereiste de regeling een minimaal salaris gelijk aan het hoogste van drie opties, zoals 75% van een vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van de meestverdienende werknemer in het bedrijf, of €48.000. In 2022 moest het gebruikelijk loon van een DGA ten minste het loon van de bestverdienende werknemer in het bedrijf zijn, en in 2023 werd dit minimaal gelijkgesteld aan het salaris van de best verdienende medewerker. Het gebruikelijk loon mag lager zijn als het loon van een niet-DGA lager is dan de best verdienende medewerker, maar niet lager dan €47.000; het gebruikelijk loon van een dga wordt vastgesteld op minimaal €47.000, terwijl in 2023 een standaard minimumbedrag van €51.000 gold.