Hoeveel geld mag je op je spaarrekening hebben zonder daar belasting over te betalen?
Hoeveel geld mag je op je spaarrekening hebben zonder daar belasting over te betalen?
Op je spaarrekening mag je in Nederland een bedrag aan vermogen hebben zonder daar vermogensbelasting, ook wel box 3-belasting genoemd, over te betalen. Dit is het heffingsvrij vermogen, een vastgesteld bedrag per persoon dat voor het jaar 2026 van toepassing is. Dit bedrag geldt voor het totale vermogen in box 3, inclusief spaargeld en beleggingen. Voor fiscale partners verdubbelt dit heffingsvrij vermogen, waardoor zij samen een hoger bedrag belastingvrij mogen aanhouden.
Het heffingsvrij vermogen is de drempel waarboven de Belastingdienst vermogensbelasting heft in box 3. Dit bedrag wordt elk jaar opnieuw vastgesteld en is bedoeld om de meeste huishoudens met een bescheiden spaarpot vrij te stellen van deze belasting. Het heffingsvrij vermogen geldt voor het totale vermogen in box 3, wat naast spaargeld ook beleggingen en andere bezittingen omvat, minus eventuele schulden boven de drempel.
Voor fiscaal partners geldt een dubbel heffingsvrij vermogen. Dit betekent dat zij samen een aanzienlijk hoger bedrag belastingvrij mogen aanhouden dan een alleenstaande. De Belastingdienst beschouwt twee personen als fiscale partners als zij aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals getrouwd zijn, een geregistreerd partnerschap hebben of samenwonen met een notarieel samenlevingscontract en op hetzelfde adres staan ingeschreven.
De vermogensbelasting in box 3 werkt sinds de wijzigingen van de afgelopen jaren met een systeem van fictieve rendementen. Dit betekent dat de belasting niet wordt geheven over het daadwerkelijk behaalde rendement op je spaargeld of beleggingen, maar over een verondersteld rendement. Dit fictieve rendement wordt berekend op basis van de samenstelling van je vermogen, waarbij er onderscheid wordt gemaakt tussen spaargeld en overige bezittingen zoals beleggingen.
De belangrijkste kenmerken van de box 3-heffing zijn:
- Peildatum: Het vermogen wordt jaarlijks vastgesteld op 1 januari.
- Vermogensmix: Er wordt onderscheid gemaakt tussen spaargeld (met een laag fictief rendement) en overige bezittingen (met een hoger fictief rendement).
- Schulden: Schulden boven een bepaalde drempel mogen in mindering worden gebracht op het vermogen.
- Tarief: Over het berekende fictieve rendement betaal je een vast belastingpercentage, dat jaarlijks wordt aangepast.
Hoewel het exacte heffingsvrij vermogen voor 2026 nog niet definitief bekend is, kunnen we een voorbeeld uit een eerder belastingjaar gebruiken om de werking van de vermogensbelasting te illustreren. Stel, in een specifiek belastingjaar, had een gemiddelde spaarder €37.000 aan spaargeld op een vrij opvraagbare spaarrekening. In dat jaar gold een systeem waarbij belasting werd betaald over het deel van het spaargeld dat boven een bepaald drempelbedrag uitkwam. Als de belasting over het belastbare deel van dit spaargeld boven een drempelbedrag van €190 viel, werd daarover belasting geheven tegen een percentage van 1,2%.
Dit rekenvoorbeeld toont aan dat zelfs bij een relatief laag spaarbedrag, er onder bepaalde omstandigheden belasting betaald kan worden als het heffingsvrij vermogen wordt overschreden en het belastbare deel van het vermogen boven de gestelde drempels komt. Het huidige box 3-stelsel, zoals dat voor 2026 van kracht is, berekent de belasting echter op basis van fictieve rendementen over de verschillende vermogenscategorieën, in plaats van een direct percentage over het spaargeld zelf.
Voor de meest actuele en exacte bedragen van het heffingsvrij vermogen voor 2026 en de specifieke percentages voor de fictieve rendementen, verwijzen wij u naar de officiële publicaties van de Belastingdienst. Deze cijfers worden jaarlijks vastgesteld en tijdig bekendgemaakt.