Welke plannen heeft de overheid voor vermogen in box 3 voor de toekomst?
Welke plannen heeft de overheid voor vermogen in box 3 voor de toekomst?
De overheid heeft voor vermogen in box 3 het concrete plan om een vermogensaanwasbelasting in te voeren, gebaseerd op het werkelijk behaalde rendement. Dit nieuwe stelsel, dat de huidige forfaitaire heffing vervangt, richt zich op de daadwerkelijke inkomsten en waardestijging van uw vermogen. De beoogde ingangsdatum voor de vermogensaanwasbelasting is 2026, al zijn er ook voorstellen die spreken van een latere definitieve invoering in 2027 of 2028 voor bepaalde vermogenscategorieën.
De overheid wil afstappen van het huidige systeem waarbij een vast percentage rendement (forfaitair rendement) wordt verondersteld, ongeacht het daadwerkelijk behaalde resultaat. In plaats daarvan wordt een vermogensaanwasbelasting ingevoerd, die het werkelijk behaalde rendement belast. Dit betekent dat niet langer een fictief rendement, maar de daadwerkelijke inkomsten uit vermogen – zoals rente op spaargeld, dividenden uit aandelen, en de waardestijging van beleggingen – de grondslag vormen voor de belastingheffing. Dit voorstel voor een nieuw box 3-stelsel is al in april 2022 door het kabinet gepresenteerd (Fact 4). Het rendement wordt berekend over het gehele box 3-vermogen (Fact 11).
De overgang naar het nieuwe box 3-stelsel kent een complexe tijdlijn met verschillende voorgestelde ingangsdata. Hoewel de vermogensaanwasbelasting gericht op werkelijk rendement gepland staat voor invoering vanaf 2026 (Fact 2, 3), zijn er ook andere jaartallen genoemd. Zo was er al een voorstel voor een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement vanaf 2025 (Fact 4). Voor de aangifte over 2025 moeten belastingplichtigen al de waarde van hun vermogen per 1 januari 2025 laten zien aan de Belastingdienst (Fact 12). Specifieke inkomsten, zoals die uit sparen, liquide beleggingen, aandelen en obligaties, worden naar verwachting vanaf 2027 onder het nieuwe voorstel van staatssecretaris Van Rij belast (Fact 5). Er is zelfs een advies uitgebracht in mei 2025 om al na te denken over de impact van de nieuwe box 3-belasting vanaf 2028 (Fact 7). Dit illustreert de voortdurende discussie en aanpassingen rondom de definitieve ingangsdatum, waarbij het politieke sentiment en wetsvoorstellen wijzen op een toekomstige heffing op basis van werkelijk rendement (Fact 8).
Rekenvoorbeeld: belasting op werkelijk rendement
Stel, u heeft op 1 januari 2026 een box 3-vermogen van € 150.000. Gedurende het jaar behaalt u het volgende werkelijke rendement:
- Rente op spaargeld: € 1.000
- Dividend uit aandelen: € 2.500
- Waardestijging van beleggingen: € 6.500
Uw totale werkelijke rendement in 2026 is dan € 1.000 + € 2.500 + € 6.500 = € 10.000. Onder het nieuwe stelsel wordt dit werkelijke rendement van € 10.000 belast tegen het dan geldende tarief. Als dit tarief bijvoorbeeld 36% zou zijn (een illustratief percentage, niet gebaseerd op een feit uit de kennisbank), dan betaalt u € 3.600 aan box 3-belasting. Dit is een directe belasting over de vermogensaanwas, in tegenstelling tot de eerdere heffing over een fictief rendement.
Verrekening van verliezen: een belangrijke wijziging
Een veelvoorkomende vraag betreft de verrekening van verliezen in box 3. Volgens een uitspraak van de Hoge Raad in juni 2024 konden staande verliezen in box 3 niet worden verrekend met toekomstige winst uit box 3-vermogen (Fact 9). Dit betrof de situatie onder het oude, forfaitaire stelsel. Echter, het wetsvoorstel voor de vermogensaanwasbelasting op basis van werkelijk rendement voorziet wel in de mogelijkheid om verliezen in box 3 te verrekenen. Een verlies in box 3 mag dan worden verrekend met inkomen in box 3 van toekomstige jaren (Fact 10). Dit is een cruciale verbetering voor belastingplichtigen, omdat het de belastingheffing eerlijker maakt in jaren met negatieve rendementen.
Wettelijke basis en kritiek
De plannen voor de vermogensaanwasbelasting in box 3 zijn het resultaat van jarenlange kritiek op de belastingheffing over vermogen, met name spaargeld en vermogen van ondernemers (Fact 6). Deze kritiek leidde tot de noodzaak voor een nieuw stelsel dat beter aansluit bij de werkelijkheid. De overheid streeft ernaar om met dit nieuwe stelsel een juridisch houdbare en rechtvaardige heffing te realiseren. De exacte details van de regelgeving worden nog verder uitgewerkt, maar de basis ligt vast in de voornemens om het werkelijk rendement te belasten. De Belastingdienst zal de richtlijnen en formulieren aanpassen om de aangifte van het werkelijke rendement mogelijk te maken.