Wie moet de meerwaardebelasting betalen?
Wie moet de meerwaardebelasting betalen?
In België wordt de meerwaardebelasting, die vanaf 2025 van kracht is, hoofdzakelijk betaald door particuliere beleggers op meerwaarden gerealiseerd uit financiële activa. Daarnaast zijn er specifieke regels voor meerwaarden op onroerend goed en voor aandeelhouders met een grote deelneming. De belastingplichtige is de natuurlijke persoon die de meerwaarde realiseert bij de verkoop of overdracht van de betreffende activa.
De nieuwe meerwaardebelasting richt zich op particuliere beleggers (natuurlijke personen) en is van toepassing op meerwaarden die gerealiseerd worden door de overdracht ten bezwarende titel van financiële activa. Dit omvat een breed scala aan beleggingen, zoals beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelen, beleggingsfondsen, trackers, obligaties, verzekeringscontracten, cryptoactiva en valuta. Het belastingpercentage op deze meerwaarden bedraagt 10 procent.
Een belangrijk aspect van deze nieuwe regeling is de voetvrijstelling van 10.000 euro per jaar op de belastbare meerwaarde. Dit betekent dat de eerste 10.000 euro aan gerealiseerde meerwaarden per jaar belastingvrij blijft voor particuliere beleggers.
Rekenvoorbeeld vrijstelling:
Stel, een particuliere belegger realiseert in 2026 een totale meerwaarde van 15.000 euro op de verkoop van verschillende financiële activa. De eerste 10.000 euro van deze meerwaarde is vrijgesteld van belasting. De belastbare meerwaarde bedraagt dan 15.000 euro - 10.000 euro = 5.000 euro. Over dit bedrag van 5.000 euro betaalt de belegger 10 procent meerwaardebelasting, wat neerkomt op 500 euro.
Naast deze nieuwe regeling voor financiële activa zijn er in België ook bestaande situaties waarin meerwaardebelasting verschuldigd is:
- Meerwaarden op aandelen (speculatie): Particuliere beleggers betalen geen belasting op gerealiseerde meerwaarden op aandelen, behalve bij speculatief handelen. In dat geval bedraagt de belasting op de gerealiseerde meerwaarde 33 procent, vermeerderd met gemeentelijke belasting.
- Meerwaarden op obligaties (bestaande regeling): Indien de emissieprijs van een obligatie lager was dan de terugbetalingsprijs, betaalt de particuliere belegger bij verkoop 30 procent belasting op de gerealiseerde meerwaarde. Dit is een aparte regeling die losstaat van de nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa.
- Meerwaarden op onroerend goed: Natuurlijke personen die een belastbare meerwaarde realiseren bij de verkoop van onroerend goed, betalen hierop belasting. De tarieven zijn progressief. Een uitzondering geldt voor ongebouwd onroerend goed dat langer dan 5 jaar, maar minder dan 8 jaar in bezit was, waarvoor een tarief van 16,5 procent plus toeslagen van toepassing is. Deze belasting is van toepassing bij een verkoop met winst.
- Meerwaarden bij grote deelnemingen: Voor aandeelhouders met een participatie van meer dan 20 procent geldt een progressief tarief voor meerwaarden boven 1 miljoen euro. De exacte schijven moeten nog bevestigd worden, maar de tariefrange ligt tussen 1,25 procent en 10 procent.
De introductie van de nieuwe meerwaardebelasting voor financiële activa, zoals vastgelegd in het wetsontwerp meerwaardebelasting van Jan Jambon, markeert een belangrijke wijziging in het Belgische fiscale landschap vanaf 2025. Het is de realiserende partij, de natuurlijke persoon of de aandeelhouder, die verantwoordelijk is voor de betaling van deze belasting.