Hoeveel spaargeld en aandelen mag je hebben?
Hoeveel spaargeld en aandelen mag je hebben?
Je mag in Nederland een onbeperkte hoeveelheid spaargeld en aandelen bezitten; er is geen wettelijk maximum. Echter, zodra je vermogen bepaalde drempelbedragen overschrijdt, krijg je te maken met vermogensbelasting in Box 3 en kan het invloed hebben op het recht op toeslagen, zoals huurtoeslag. Voor fiscaal jaar 2026 geldt bijvoorbeeld een heffingsvrij vermogen van € 59.357 voor alleenstaanden en € 118.714 voor fiscale partners.
De belangrijkste grens voor spaargeld en aandelen is het heffingsvrije vermogen in Box 3 van de inkomstenbelasting. Over het deel van je vermogen dat boven dit bedrag uitkomt, betaal je belasting. Dit vermogen bestaat uit de waarde van je spaargeld, beleggingen (zoals aandelen), en andere bezittingen zoals een tweede woning of contant geld. De Belastingdienst berekent de vermogensbelasting op basis van een fictief rendement over je vermogen. Dit fictieve rendement is afhankelijk van de samenstelling van je vermogen.
Voor fiscaal jaar 2026 gelden de volgende drempels en tarieven, die van belang zijn voor de berekening van de vermogensbelasting:
| Categorie | Bedrag / Percentage (2026) |
|---|---|
| Heffingsvrij vermogen alleenstaanden | € 59.357 |
| Heffingsvrij vermogen fiscale partners | € 118.714 |
| Fictief rendement op spaargeld | 1,28% (voorlopig) |
| Fictief rendement op beleggingen | 6,00% (definitief) |
| Vermogensbelastingtarief over fictief rendement | 36% |
Over het fictieve rendement betaal je in 2026 een vermogensbelasting van 36%. Om dit te verduidelijken, volgt hier een rekenvoorbeeld voor de Box 3 belasting.
Stel, je bent een alleenstaande en je hebt op 1 januari 2026 een vermogen van € 100.000, waarvan € 40.000 spaargeld en € 60.000 in aandelen. Het heffingsvrije vermogen voor alleenstaanden is € 59.357. De berekening verloopt dan als volgt:
- Belastbaar vermogen: Je totale vermogen (€ 100.000) min het heffingsvrije vermogen (€ 59.357) = € 40.643.
- Verdeling van het belastbare vermogen:
- Het spaargeld (€ 40.000) valt volledig binnen het heffingsvrije vermogen.
- De eerste € 19.357 van je aandelen (€ 59.357 - € 40.000) valt ook binnen het heffingsvrije vermogen.
- Het resterende deel van je aandelen (€ 60.000 - € 19.357) = € 40.643 is het belastbare vermogen. Dit wordt volledig toegerekend aan beleggingen, omdat spaargeld eerst wordt vrijgesteld.
- Fictief rendement berekenen:
- Fictief rendement op het belastbare deel van je beleggingen: € 40.643 6,00% = € 2.438,58.
- Verschuldigde belasting: Over dit fictieve rendement betaal je 36%. € 2.438,58 36% = € 877,89.
In dit voorbeeld betaal je dus € 877,89 aan vermogensbelasting over je spaargeld en aandelen voor fiscaal jaar 2026.
Naast de vermogensbelasting kunnen spaargeld en aandelen ook van invloed zijn op het recht op toeslagen, zoals huurtoeslag, zorgtoeslag of kinderopvangtoeslag. Voor deze toeslagen gelden aparte vermogensgrenzen. Deze grenzen zijn vaak lager dan het heffingsvrije vermogen in Box 3. Voor het recht op huurtoeslag mag je vermogen op 1 januari 2026 bijvoorbeeld niet meer zijn dan € 37.979 voor een individu. Overschrijd je deze grens, dan vervalt je recht op huurtoeslag. Het is daarom belangrijk om ook de specifieke vermogensgrenzen voor de verschillende toeslagen te controleren als je hier aanspraak op maakt.
Ook contant geld en cadeaubonnen tellen mee als vermogen voor de Box 3 belasting. Volgens de richtlijnen van de Belastingdienst moet contant geld boven een bepaald bedrag worden opgegeven bij de belastingaangifte. Voor alleenstaanden was dit in 2025 vanaf € 661 en voor fiscale partners vanaf € 1322. De waarde van cadeaubonnen die je in huis hebt, telt eveneens mee bij de belastingaangifte. Thuisgespaard geld valt doorgaans onder de inboedelverzekering, maar de exacte voorwaarden hiervan dien je bij je verzekeraar op te vragen. Voor meer gedetailleerde informatie over de vermogensbelasting en de impact ervan, kun je terecht op onze pagina over vermogensbelasting in Box 3.