Hoe werkt box 3 beleggingen?
Hoe werkt box 3 beleggingen?
Beleggingen in box 3 worden fiscaal belast op basis van een forfaitair rendement, niet op het werkelijk behaalde rendement. Dit betekent dat de Belastingdienst een fictief rendement toekent aan uw vermogen, verdeeld over categorieën zoals banktegoeden en overige bezittingen. Over dit berekende rendement betaalt u inkomstenbelasting, ongeacht of u dit rendement daadwerkelijk heeft behaald. Het systeem is gericht op het belasten van het potentiële rendement van uw vermogen.
De belastingheffing in box 3 richt zich op inkomen uit sparen en beleggen, oftewel het rendement op vermogen (Fact 2, Fact 11). Het huidige systeem, ook wel de forfaitaire spaarvariant genoemd, verdeelt uw vermogen in drie hoofdcategorieën voor de berekening van dit fictieve rendement (Fact 1, Fact 3):
- Banktegoeden: Hieronder vallen uw privé bank- en spaarrekeningen (Fact 10).
- Overige bezittingen: Dit is de categorie waar de meeste beleggingen onder vallen. Voorbeelden zijn ETF's, aandelen, obligaties, cryptovaluta en beleggingsrekeningen (Fact 7, Fact 8, Fact 9).
- Schulden: Denk hierbij aan leningen die u heeft afgesloten, zoals een persoonlijke lening of een doorlopend krediet.
Voor elk van deze categorieën wordt een apart forfaitair rendement vastgesteld. Dit betekent dat de Belastingdienst uitgaat van een vastgesteld, fictief percentage rendement dat u met dit type vermogen zou kunnen behalen. Het daadwerkelijk behaalde rendement op uw beleggingen is hierbij niet relevant voor de belastingberekening in box 3.
De berekening van het belastbare box 3-inkomen voor uw beleggingen volgt een specifieke methode (Fact 4). Eerst wordt voor elke vermogenscategorie het forfaitaire rendement berekend door het vermogen in die categorie te vermenigvuldigen met het vastgestelde forfaitaire percentage. Vervolgens wordt het belastbaar rendement bepaald door deze rendementen op te tellen, waarbij schulden in mindering worden gebracht. Over dit uiteindelijke belastbare rendement betaalt u inkomstenbelasting.
Rekenvoorbeeld van de berekeningswijze:
Stel, u heeft in 2026 een vermogen van €150.000 aan overige bezittingen (zoals aandelen en ETF's) en €50.000 aan banktegoeden. Voor de berekening van uw box 3-inkomen hanteert de Belastingdienst voor elke categorie een fictief rendement. Hoewel de exacte percentages voor 2026 jaarlijks worden vastgesteld, kunnen we de berekeningswijze illustreren. Als het forfaitaire rendement voor overige bezittingen bijvoorbeeld 6,17% zou zijn (dit is een illustratief percentage, niet het actuele percentage voor 2026) en voor banktegoeden 1,03% (eveneens illustratief), dan is de berekening als volgt:
- Fictief rendement overige bezittingen: €150.000 × 6,17% = €9.255
- Fictief rendement banktegoeden: €50.000 × 1,03% = €515
Uw totale fictieve rendement bedraagt dan €9.255 + €515 = €9.770. Over dit bedrag betaalt u vervolgens het geldende belastingtarief in box 3. Eventuele schulden zouden op een vergelijkbare wijze in mindering worden gebracht op de rendementsgrondslag.
Het box 3-stelsel heeft in de loop der jaren verschillende wijzigingen ondergaan. Zo is het systeem in 2017 gewijzigd naar een indeling met drie vermogensschijven, elk met een eigen verdeling van spaargeld en beleggingen (Fact 5, Fact 6). Deze aanpassing was bedoeld om de belastingheffing beter aan te laten sluiten bij de werkelijke vermogensverdeling van belastingplichtigen. De Belastingdienst is de autoriteit die de box 3-heffing uitvoert en de jaarlijkse percentages en drempelbedragen vaststelt (Fact 11, Fact 12).