Hoe wordt rendement in box 3 berekend?
Hoe wordt rendement in box 3 berekend?
Het rendement in box 3 wordt, vanaf 2025, berekend op basis van het werkelijke rendement dat je hebt behaald over je gehele box 3-vermogen gedurende het kalenderjaar, inclusief waardeveranderingen en na aftrek van kosten en schuldenrente. Dit betekent een afwijking van de eerdere methode met forfaitaire rendementen, volgend op recente jurisprudentie van de Hoge Raad.
De berekening van het werkelijke rendement in box 3 omvat alle positieve en negatieve resultaten die je vermogen binnen het kalenderjaar heeft opgeleverd. Dit gebeurt op basis van het nominale rendement, wat betekent dat er geen inflatiecorrectie wordt toegepast. Het rendement wordt vastgesteld over het gehele box 3-vermogen, inclusief banktegoeden, en er wordt geen heffingsvrij vermogen afgetrokken bij de berekening van het rendement zelf. Dit gehele vermogen wordt gedurende het kalenderjaar in ogenschouw genomen, ongeacht wanneer specifieke vermogensbestanddelen zijn verkregen.
Het werkelijke rendement bestaat uit diverse componenten:
- Direct rendement: Dit omvat inkomsten zoals rente op spaargeld, ontvangen dividend uit aandelen en huuropbrengsten uit een verhuurde woning. Van deze inkomsten mogen direct gemaakte kosten en lasten worden afgetrokken.
- Waardeveranderingen: Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde waardeveranderingen van je vermogensbestanddelen tellen mee. Een voorbeeld hiervan is de waardestijging van aandelen die je nog in bezit hebt (ongerealiseerd) of de winst die je maakt bij de verkoop van een belegging (gerealiseerd).
- Rente van schulden: De rente die je betaalt over schulden die tot box 3 behoren, mag in mindering worden gebracht op het totale rendement.
Binnen een kalenderjaar worden alle positieve en negatieve rendementen met elkaar verrekend. Dit leidt tot één gecorrigeerd totaalrendement waarover uiteindelijk belasting wordt geheven.
Misvatting: Forfaitair versus Werkelijk rendement
Een veelvoorkomende misvatting is dat het rendement in box 3 nog steeds wordt berekend op basis van een vast, fictief percentage per vermogenscategorie. Tot en met 2023 was dit inderdaad het geval, waarbij de Belastingdienst uitging van een verondersteld rendement op basis van spaargeld, beleggingen en schulden. Echter, door een uitspraak van de Hoge Raad op 6 juni 2024, is de wetgeving aangepast. Vanaf 2025 wordt het rendement in box 3 vastgesteld op basis van het daadwerkelijk behaalde rendement, inclusief rente, dividend, huur en alle waardeveranderingen, na aftrek van kosten en de rente van schulden. Dit betekent dat de belastingheffing nu direct aansluit bij wat je daadwerkelijk aan vermogensgroei hebt gerealiseerd.
Rekenvoorbeeld: Berekening van het werkelijke rendement (illustratief voor 2026)
Stel, je hebt in 2026 het volgende box 3-vermogen:
- €50.000 aan spaargeld, waarop je €1.000 rente ontvangt.
- €100.000 aan aandelen, die in waarde stijgen met €8.000 en €2.000 dividend uitkeren.
- Een verhuurde woning met een waarde van €200.000, die €12.000 huurinkomsten genereert. Voor deze woning heb je €2.000 aan onderhoudskosten en betaal je €4.000 rente op een box 3-schuld.
De berekening van je werkelijke rendement ziet er dan als volgt uit:
Rente op spaargeld: +€1.000
Waardestijging aandelen: +€8.000
Dividend aandelen: +€2.000
Huurinkomsten verhuurwoning: +€12.000
Kosten verhuurwoning: -€2.000
Rente box 3-schuld: -€4.000
Totaal werkelijk rendement: €1.000 + €8.000 + €2.000 + €12.000 - €2.000 - €4.000 = €17.000
Over dit bedrag van €17.000 wordt vervolgens de box 3-belasting berekend, na eventuele toepassing van het heffingsvrije vermogen voor de belastinggrondslag.