Hoe hoog is de rendementsgrondslag?
Hoe hoog is de rendementsgrondslag?
De rendementsgrondslag is de totale waarde van uw bezittingen en schulden in box 3 op 1 januari van het aangiftejaar, waarover de Belastingdienst een fictief rendement berekent. Deze grondslag is niet één vast bedrag, maar wordt bepaald door de werkelijke samenstelling van uw banktegoeden, beleggingen en schulden, zoals u deze zelf opgeeft bij de Belastingdienst. Het heffingsvrij vermogen wordt niet direct van deze grondslag afgetrokken, maar van het berekende fictieve rendement.
De rendementsgrondslag, ook wel de grondslag sparen en beleggen genoemd, is het totale bedrag van uw vermogen in box 3 waarover de Belastingdienst een fictief rendement berekent. Dit is dus niet het fictieve rendement zelf, maar de basis waarop dat rendement wordt vastgesteld. De rendementsgrondslag is gebaseerd op de werkelijke verdeling van verschillende soorten vermogen die u zelf in uw aangifte aangeeft.
De berekening van deze grondslag omvat de waarde van uw banktegoeden, beleggingen en andere bezittingen, verminderd met uw schulden. De waarde van dit vermogen wordt vastgesteld op 1 januari van het jaar waarover u aangifte doet. Voor fiscale partners wordt het gezamenlijke vermogen op 1 januari van het aangiftejaar in de grondslag meegenomen.
Over deze rendementsgrondslag wordt vervolgens een fictief rendement berekend. De Belastingdienst gebruikt hiervoor fictieve percentages die zo dicht mogelijk bij de werkelijke rendementen voor sparen en beleggen liggen. Deze percentages verschillen per vermogenscategorie:
- Een lager fictief rendement voor banktegoeden (sparen).
- Een hoger fictief rendement voor overige bezittingen (beleggingen).
- Een negatief fictief rendement voor schulden, wat betekent dat schulden het berekende rendement verlagen.
Bij de berekening van het fictieve rendement over de rendementsgrondslag geldt een drempel voor schulden. De eerste € 3.800 per persoon aan schulden blijft buiten beschouwing. Alleen het deel van de schulden dat boven deze drempel uitkomt, wordt meegenomen in de berekening. Als de uitkomst van de rendementsberekening negatief is, wordt deze vastgesteld op nul.
De hoogte van uw rendementsgrondslag bepaalt dus de omvang van uw vermogen. Het heffingsvrij vermogen wordt niet direct van de grondslag afgetrokken, maar van het berekende fictieve rendement. Dit heffingsvrij vermogen is een bedrag waarover u geen belasting betaalt. De exacte hoogte van het heffingsvrij vermogen wordt jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst.
Om de berekening van het fictieve rendement over de rendementsgrondslag te verduidelijken, volgt hier een rekenvoorbeeld voor een alleenstaande, gebaseerd op de percentages die hiervoor worden gebruikt:
Rekenvoorbeeld fictief rendement over de rendementsgrondslag:
Stel, uw vermogen op 1 januari 2026 bestaat uit:
- Banktegoeden: € 50.000
- Overige bezittingen (beleggingen): € 100.000
- Schulden: € 10.000
De berekening van het fictief rendement gaat als volgt:
- Fictief rendement banktegoeden: € 50.000 x 1,37% = € 685
- Fictief rendement overige bezittingen: € 100.000 x 5,88% = € 5.880
- Fictief rendement schulden: Eerst de drempel toepassen: € 10.000 - € 3.800 = € 6.200 aan meegenomen schulden. Vervolgens: € 6.200 x 2,70% = € 167,40 (dit bedrag wordt afgetrokken)
- Totaal fictief rendement (voordeel uit sparen en beleggen): € 685 + € 5.880 - € 167,40 = € 6.397,60
Van dit totale fictieve rendement wordt vervolgens het heffingsvrij vermogen afgetrokken. Het resterende bedrag is uw belastbare inkomen in box 3. Dit is het bedrag waarover u belasting betaalt in box 3. Voor meer details over de berekening van het fictieve rendement kunt u terecht op de website van de Belastingdienst.