Is er in 2028 een heffing op werkelijk rendement in box 3?
Is er in 2028 een heffing op werkelijk rendement in box 3?
Vanaf 2028 is het de intentie dat de box 3-belasting wordt geheven op basis van het werkelijk behaalde rendement. Dit volgt uit het wetsvoorstel 'Wet werkelijk rendement box 3', dat een rechtvaardigere belastingheffing over vermogen beoogt. Het werkelijke rendement omvat dan zowel directe inkomsten als waardeveranderingen van uw vermogensbestanddelen, inclusief ongerealiseerde winsten en verliezen.
De hervorming van het box 3-stelsel, vastgelegd in de Wet werkelijk rendement box 3, introduceert een vermogensaanwasbelasting. Dit betekent dat u belasting betaalt over het daadwerkelijk behaalde rendement op uw vermogen in box 3. Het streven naar een rechtvaardigere belastingheffing is een direct gevolg van eerdere uitspraken van de Hoge Raad over de oude box 3-heffing, die als te onrechtvaardig werd ervaren.
Het werkelijke rendement wordt breed gedefinieerd en omvat alle inkomsten en waardeveranderingen van uw vermogensbestanddelen in box 3. Dit zijn:
- Directe inkomsten: Denk hierbij aan rente die u ontvangt op spaargeld, dividend uit aandelen en huurinkomsten uit vastgoed dat in box 3 valt.
- Waardeveranderingen: Dit betreft zowel gerealiseerde als ongerealiseerde waardestijgingen en -dalingen van uw bezittingen. Hieronder vallen bijvoorbeeld de waardeveranderingen van uw beleggingen, maar ook banktegoeden en eventuele inflatiewinst. Het rendement wordt berekend over uw gehele box 3-vermogen.
Een belangrijk aspect van de nieuwe regeling is dat er geen rekening wordt gehouden met kosten die u maakt, met één uitzondering: rente over box 3-schulden. Dit betekent dat andere kosten, zoals beheerkosten voor beleggingen of onderhoudskosten voor verhuurd vastgoed, niet aftrekbaar zijn van het werkelijke rendement. Dit is in lijn met een uitspraak van de Hoge Raad van 6 juni 2024.
Tot de definitieve invoering van dit nieuwe stelsel, dat naar verwachting in 2028 ingaat, geldt een overbruggingsperiode. In deze periode mogen belastingplichtigen in box 3 aantonen dat hun daadwerkelijk behaalde rendement lager is dan het forfaitaire rendement dat de Belastingdienst hanteert. Deze mogelijkheid vervalt zodra het nieuwe stelsel van kracht wordt, waarna het werkelijke rendement de standaard wordt voor de belastingheffing.
Rekenvoorbeeld werkelijk rendement
Stel, u start het jaar met €150.000 aan vermogen in box 3, verdeeld over een spaarrekening en een beleggingsportefeuille. Gedurende het jaar behaalt u de volgende resultaten:
- U ontvangt €750 aan rente op uw spaarrekening.
- Uw beleggingsportefeuille stijgt in waarde met €6.000. Deze waardestijging is nog niet gerealiseerd, u heeft de beleggingen niet verkocht.
- U ontvangt €1.250 aan dividend uit uw beleggingen.
Uw totale werkelijke rendement voor dat jaar bedraagt dan: €750 (rente) + €6.000 (waardestijging) + €1.250 (dividend) = €8.000. Over dit bedrag van €8.000 betaalt u dan box 3-belasting. Dit illustreert hoe zowel directe inkomsten als ongerealiseerde waardeveranderingen meetellen in de berekening van het werkelijke rendement.
U als belastingplichtige bent verantwoordelijk voor het berekenen en onderbouwen van dit werkelijke rendement aan de Belastingdienst. Dit vereist een nauwkeurige administratie van alle inkomsten, uitgaven en waardeveranderingen van uw box 3-vermogen gedurende het kalenderjaar.