Wat is de grondslag voor sparen en beleggen in 2026?
Wat is de grondslag voor sparen en beleggen in 2026?
De grondslag voor sparen en beleggen in box 3 voor 2026 is het deel van uw vermogen waarover de Belastingdienst een fictief rendement berekent, na aftrek van het heffingsvrije vermogen. Dit omvat diverse bezittingen zoals spaargeld, beleggingen en onroerend goed (niet de eigen woning), verminderd met aftrekbare schulden. Het is de basis voor de vermogensbelasting, nog steeds onder het overgangsregime van fictieve rendementen.
De grondslag voor sparen en beleggen, ook wel de rendementsgrondslag genoemd, wordt vastgesteld op basis van de waarde van uw bezittingen en schulden op 1 januari van het betreffende belastingjaar. Deze waarde wordt vervolgens verminderd met het heffingsvrije vermogen. Het resultaat is het bedrag waarover u belasting betaalt in box 3. Dit systeem is een overgangsmaatregel in afwachting van een definitief stelsel dat gebaseerd is op werkelijk behaalde rendementen.
Onder de bezittingen die in box 3 vallen, vallen onder andere:
- Spaargeld op bank- en spaarrekeningen, inclusief deposito's.
- Beleggingen, zoals aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en cryptovaluta.
- Onroerende zaken die niet als hoofdverblijf dienen, zoals een tweede woning, verhuurde panden of onbebouwde grond.
- Overige bezittingen, zoals rechten op periodieke uitkeringen die niet vallen onder box 1 of box 2, en bepaalde vorderingen.
Van deze bezittingen mogen bepaalde schulden worden afgetrokken. Denk hierbij aan schulden die zijn aangegaan voor consumptieve doeleinden of voor de financiering van box 3-bezittingen. De Belastingdienst hanteert hierbij een drempelbedrag voor de aftrekbaarheid van schulden, wat betekent dat alleen schulden boven een bepaald bedrag in mindering mogen worden gebracht op uw vermogen.
Voor 2026 hanteert de Belastingdienst nog steeds een systeem van fictieve rendementen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende vermogenscategorieën, zoals spaargeld en overige bezittingen. Dit betekent dat u belasting betaalt over een verondersteld rendement, en niet over het daadwerkelijk behaalde rendement. De hoogte van de fictieve rendementen en het heffingsvrije vermogen worden jaarlijks door de overheid vastgesteld en gepubliceerd.
Hieronder een voorbeeld van de berekening van de grondslag voor sparen en beleggen voor een alleenstaande, uitgaande van fictieve bedragen voor 2026:
| Omschrijving | Bedrag (€) |
|---|---|
| Spaargeld op 1 januari 2026 | 70.000 |
| Beleggingen op 1 januari 2026 | 30.000 |
| Totaal bezittingen | 100.000 |
| Aftrekbare schulden (boven drempel) | - 5.000 |
| Vermogen voor heffingsvrij deel | 95.000 |
| Heffingsvrij vermogen 2026 (fictief) | - 57.000 |
| Grondslag sparen en beleggen | 38.000 |
Over dit bedrag van € 38.000 wordt vervolgens het fictieve rendement berekend, waarover u box 3 belasting betaalt. De percentages voor de fictieve rendementen verschillen per vermogenscategorie en worden jaarlijks vastgesteld.
Voor fiscaal partners geldt dat zij hun bezittingen en schulden in box 3 vrij mogen verdelen, zolang het totaal maar overeenkomt met de gezamenlijke situatie. Dit kan voordelig zijn om optimaal gebruik te maken van het heffingsvrije vermogen en eventuele drempelbedragen voor schulden. Een alleenstaande heeft een eigen heffingsvrij vermogen, terwijl fiscaal partners gezamenlijk recht hebben op tweemaal dit bedrag. De Belastingdienst informeert jaarlijks over de specifieke bedragen en regels die van toepassing zijn. Voor de meest actuele en gedetailleerde informatie over de grondslag voor sparen en beleggen in box 3 voor 2026, kunt u de website van de Belastingdienst raadplegen.