Wat betekent forfait in box 3?
Wat betekent forfait in box 3?
Binnen box 3 van de belasting betekent forfait een fictief, vastgesteld rendement op vermogen, dat de Belastingdienst gebruikt als grondslag voor belastingheffing. Dit forfaitaire rendement vervangt de werkelijke inkomsten uit spaargeld, beleggingen en vastgoed, en wordt belast tegen een tarief van 36 procent. Het is een benadering om de belasting op vermogen te berekenen, ongeacht de daadwerkelijke opbrengsten die iemand uit zijn bezittingen heeft gehaald.
Het gebruik van een forfaitair rendement in box 3 is ingevoerd om de belastingheffing op vermogen te vereenvoudigen en discussies over werkelijke rendementen te voorkomen. In plaats van de daadwerkelijk behaalde winsten, rente of huurinkomsten te belasten, wordt een vast percentage rendement verondersteld. Dit percentage wordt jaarlijks door de fiscus vastgesteld. De basis voor het huidige box 3-stelsel, dat ook in 2026 van toepassing is, komt voort uit de tijdelijke "forfaitaire spaarvariant" die gold van 2023 tot en met 2025.
Binnen deze forfaitaire spaarvariant wordt het vermogen in box 3 opgedeeld in verschillende categorieën, elk met een eigen forfaitair rendement. Deze categorieën zijn:
- Banktegoeden: Hieronder valt spaargeld en contant geld. Hiervoor geldt een apart, doorgaans lager, forfaitair rendement.
- Overige bezittingen: Dit omvat beleggingen, zoals aandelen en obligaties, en vastgoed dat niet de eigen woning is. Voor deze categorie geldt een hoger forfaitair rendement.
- Schulden: Ook schulden worden meegenomen in de berekening, met een eigen forfaitair rendement.
Het forfaitaire rendement op schulden wordt in mindering gebracht op het forfaitaire rendement van spaargeld en overig vermogen. Dit verlaagt de totale grondslag waarover belasting wordt geheven. Deze aftrek van schulden is een belangrijk onderdeel van de berekening van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in box 3, en de principes hiervan zijn ook in 2026 nog van kracht.
Drempelbedrag voor schulden
Niet alle schulden tellen direct mee voor de vermindering van het forfaitair rendement. Er geldt een drempelbedrag voor schulden in box 3. Alleen het deel van de schulden dat boven dit drempelbedrag uitkomt, wordt meegenomen in de berekening. Voor een individuele belastingplichtige bedraagt dit drempelbedrag €3.700. Voor fiscaal partners geldt een gezamenlijk drempelbedrag van €7.400.
Rekenvoorbeeld: Effect van schulden
Stel, je hebt als alleenstaande €50.000 aan spaargeld en €10.000 aan overige bezittingen. Daarnaast heb je een schuld van €5.000. De Belastingdienst berekent dan het forfaitaire rendement over je spaargeld en overige bezittingen. Van het forfaitaire rendement op je schuld telt echter alleen het deel boven de drempel van €3.700 mee. In dit geval is dat €5.000 - €3.700 = €1.300. Het forfaitaire rendement over deze €1.300 wordt vervolgens in mindering gebracht op het totale forfaitaire rendement van je bezittingen, waardoor je uiteindelijke belastinggrondslag lager uitvalt.