Hoeveel geld mag je belastingvrij hebben in box 3?
Hoeveel geld mag je belastingvrij hebben in box 3?
In box 3 mag je vermogen belastingvrij hebben tot een bepaald heffingsvrij vermogen, waarvan het exacte bedrag voor 2026 door de Belastingdienst wordt vastgesteld. Voor een individuele belastingplichtige bedroeg dit vrijstellingsbedrag in 2024 nog €57.000. Fiscaal partners profiteren van een dubbele vrijstelling, waardoor zij gezamenlijk een hoger bedrag belastingvrij mogen aanhouden.
Het heffingsvrij vermogen in box 3 is het deel van je vermogen waarover je geen belasting betaalt. Dit wordt ook wel 'vrij sparen' genoemd. Je bent als belastingplichtige in box 3 vrijgesteld van belasting over dit deel van het belastbaar rendement. Pas wanneer je eigen vermogen de heffingsvrije grens overschrijdt, wordt het belastbaar.
Over het vermogen dat boven het heffingsvrije deel uitkomt, betaal je belasting. Dit gebeurt op basis van een forfaitair rendement, wat een fictief rendement is dat de Belastingdienst jaarlijks vaststelt. Het bedrag dat overblijft in box 3 na aftrek van het heffingsvrij vermogen wordt belast met een tarief van 33 procent. Dit belastingtarief geldt al vanaf 1 januari 2022 voor het vermogen in box 3.
Een veelvoorkomende misvatting is dat al het vermogen boven de vrijstelling direct zwaar wordt belast. In werkelijkheid is de belasting afhankelijk van de samenstelling van je vermogen. Het forfaitaire rendement voor spaargeld is doorgaans veel lager dan dat voor beleggingen. Dit kan betekenen dat je over een aanzienlijk bedrag aan spaargeld in box 3, ondanks dat het boven de vrijstelling uitkomt, toch geen of nauwelijks belasting betaalt. Een voorstel uit 2024 liet bijvoorbeeld zien dat spaargeld van €440.000 in box 3 kon leiden tot nul euro box 3 belasting, vanwege een zeer laag forfaitair rendement van 0,09%.
Voor fiscaal partners gelden afwijkende regels. Zij mogen hun vermogen en de bijbehorende inkomsten in box 3 verdelen zoals zij willen, zolang het totaal maar 100% is. Dit betekent dat zij gezamenlijk gebruik kunnen maken van een dubbel heffingsvrij vermogen. Dit valt onder het algemene fiscale partner regime en is van toepassing binnen het nieuwe Box 3 stelsel.
Rekenvoorbeeld
Stel, voor illustratieve doeleinden, dat het heffingsvrij vermogen voor een individuele belastingplichtige in 2026 vergelijkbaar is met het bedrag uit 2024, namelijk €57.000. We gebruiken ook het voorbeeld van een zeer laag forfaitair rendement voor spaargeld van 0,09% (zoals voorgesteld in 2024) en het belastingtarief van 33% dat sinds 2022 van kracht is.
- Scenario 1: Je hebt €60.000 aan spaargeld
- Heffingsvrij vermogen (illustratief 2024): €57.000
- Vermogen boven de vrijstelling: €60.000 - €57.000 = €3.000
- Forfaitair rendement over dit deel (voorbeeld 0,09%): 0,09% van €3.000 = €2,70
- Box 3 belasting (33%): 33% van €2,70 = €0,89
In dit geval betaal je dus slechts €0,89 aan belasting over het deel van je spaargeld dat boven de vrijstelling uitkomt.
- Scenario 2: Je hebt €440.000 aan spaargeld
- Volgens een voorstel uit 2024 kan spaargeld van €440.000 in Box 3 leiden tot nul euro Box 3 belasting. Dit komt door het zeer lage forfaitaire rendement dat voor spaargeld wordt aangenomen, waardoor het berekende rendement na aftrek van eventuele vrijstellingen zo laag is dat er geen belasting over verschuldigd is.
De exacte bedragen voor het heffingsvrij vermogen en de forfaitaire rendementspercentages voor spaargeld en beleggingen worden jaarlijks door de Belastingdienst vastgesteld. Voor de meest actuele cijfers en een precieze berekening voor jouw situatie, raadpleeg je de website van de Belastingdienst.