Hoeveel spaargeld en beleggingen zijn belastingvrij?
Hoeveel spaargeld en beleggingen zijn belastingvrij?
Voor belastingplichtigen met uitsluitend spaargeld is in Nederland effectief geen belasting verschuldigd over spaargeld tot 440.000 euro. Dit bedrag, geldig vanaf 2022, fungeert als een effectieve drempel voor puur spaarvermogen. Voor een combinatie van spaargeld en beleggingen, of alleen beleggingen, zijn de effectieve belastingvrije bedragen aanzienlijk lager.
De effectieve belastingvrije grens van 440.000 euro voor spaargeld is een direct gevolg van de berekeningswijze van de vermogensrendementsheffing in Box 3. De Belastingdienst hanteert een fictief rendement dat per vermogenscategorie verschilt. Voor spaargeld is dit fictieve rendement relatief laag, waardoor een aanzienlijk deel van het spaarvermogen, na aftrek van het heffingsvrije vermogen, effectief onder de belastinggrens blijft (Fact 1, Fact 2).
Voor gecombineerd spaargeld en beleggingen ligt de effectieve belastingvrije drempel lager. Voor beleggingen wordt een hoger fictief rendement verondersteld. Dit betekent dat over beleggingen eerder en over een groter deel belasting wordt betaald dan over spaargeld. De algemene vrijstelling, ook wel het heffingsvrije bedrag genoemd (Fact 9), is een vast bedrag per belastingplichtige dat jaarlijks wordt vastgesteld. Over het vermogen tot dit bedrag betaalt u geen belasting.
Een veelvoorkomende misvatting is dat het algemene heffingsvrije vermogen voor Box 3 gelijk is aan de effectieve €440.000 voor spaargeld. Dit is onjuist. De €440.000 is een specifieke, effectieve grens voor uitsluitend spaargeld die voortkomt uit de huidige Box 3-berekening. Het officiële heffingsvrije vermogen voor de totale grondslag sparen en beleggen is een ander, lager bedrag.
Het verschil in effectieve belastingvrije grens wordt duidelijk met een rekenvoorbeeld voor een alleenstaande belastingplichtige:
- Scenario 1: Uitsluitend spaargeld
Stel u heeft €450.000 aan spaargeld. Volgens de huidige regels (vanaf 2022) is effectief €440.000 hiervan belastingvrij (Fact 1, Fact 2). U betaalt dan alleen belasting over het fictieve rendement van de resterende €10.000. - Scenario 2: Combinatie van spaargeld en beleggingen
Stel u heeft €200.000 aan spaargeld en €250.000 aan beleggingen, totaal €450.000. In dit geval wordt het heffingsvrije vermogen (een vast bedrag per belastingplichtige, waarvan de exacte hoogte voor 2026 niet in deze feiten is opgenomen) van het totale vermogen afgetrokken. Over het resterende deel wordt belasting berekend. Omdat voor beleggingen een hoger fictief rendement wordt gehanteerd dan voor spaargeld, zal de effectieve belastingvrije grens voor het gecombineerde vermogen aanzienlijk lager liggen dan de €440.000 voor uitsluitend spaargeld. Hierdoor betaalt u in dit scenario eerder en meer belasting over uw vermogen.
Voor fiscaal partners geldt een dubbele vrijstelling. Zij mogen hun gezamenlijke grondslag sparen en beleggen onderling verdelen, wat leidt tot een optimale benutting van de vrijstellingen. Daarnaast kan de grondslag sparen en beleggen in bepaalde gevallen worden verminderd met een extra vrijstelling vermogensbelasting (Fact 4). Een voorbeeld hiervan zijn groene beleggingen en spaargeld, waarvoor een specifieke vrijstelling geldt. De waarde van groene beleggingen en spaargeld boven het vrijstellingsbedrag is onderworpen aan vermogensbelasting over het verschil met de vrijstelling (Fact 3).
Het Box 3-stelsel is sinds 2022 (Fact 1) in een overgangsfase en de regels kunnen in de toekomst wijzigen. De Belastingdienst publiceert jaarlijks de actuele bedragen en regels voor de vermogensrendementsheffing. Voor de meest actuele informatie over de vermogensrendementsheffing, raadpleeg de officiële website van de Belastingdienst.