Hoeveel belasting betaal je op beleggen?
Hoeveel belasting betaal je op beleggen?
De belasting op beleggen in Nederland wordt geheven via box 3 van de inkomstenbelasting, waarbij een fictief rendement op uw vermogen wordt belast. Het daadwerkelijke belastingbedrag wordt bepaald door de hoogte en samenstelling van uw vermogen, eventuele vrijstellingen en de jaarlijks vastgestelde percentages voor dit fictieve rendement en het belastingtarief.
In Nederland wordt beleggen niet belast op basis van het daadwerkelijk behaalde rendement, zoals winst of dividend, maar op basis van een verondersteld (fictief) rendement. Dit fictieve rendement wordt berekend over de waarde van uw bezittingen minus uw schulden op 1 januari van het belastingjaar. Dit saldo staat bekend als de rendementsgrondslag. De Belastingdienst hanteert hierbij verschillende percentages voor spaargeld en overige bezittingen, zoals beleggingen, omdat men ervan uitgaat dat deze verschillende rendementen opleveren.
De hoogte van de belasting in box 3 wordt beïnvloed door diverse factoren:
- Hoogte van het vermogen: Hoe hoger uw totale vermogen, hoe meer belasting u potentieel betaalt.
- Samenstelling van het vermogen: Er zijn verschillende categorieën voor spaargeld en overige bezittingen (zoals aandelen, obligaties, vastgoed dat niet de eigen woning is), elk met een eigen fictief rendement.
- Heffingsvrij vermogen: Een deel van uw vermogen is vrijgesteld van belasting. Het bedrag van deze vrijstelling wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld door de Belastingdienst.
- Eventuele schulden: Schulden boven een bepaalde drempel mogen van uw vermogen worden afgetrokken, wat de rendementsgrondslag verlaagt.
- Fiscaal partnerschap: Als u een fiscaal partner heeft, kunt u het gezamenlijke vermogen en de vrijstellingen onderling verdelen, wat fiscaal voordelig kan zijn.
Rekenvoorbeeld voor de belasting op beleggen (illustratief voor 2026):
Stel, uw totale vermogen in box 3 bedraagt op 1 januari 2026 €150.000. Dit vermogen bestaat uit €20.000 aan spaargeld en €130.000 aan overige bezittingen (beleggingen). We gebruiken hierbij de fictieve rendementen en het heffingsvrije vermogen zoals die in 2024 golden, als illustratie voor 2026:
- Heffingsvrij vermogen: €57.000
- Fictief rendement spaargeld: 0,03%
- Fictief rendement overige bezittingen: 6,04%
- Box 3 belastingtarief: 36%
De berekening verloopt dan als volgt:
-
Bereken het fictieve rendement per vermogenscategorie:
- Fictief rendement op spaargeld: €20.000 × 0,03% = €6,00
- Fictief rendement op overige bezittingen: €130.000 × 6,04% = €7.852,00
-
Bereken het totale fictieve rendement:
€6,00 (spaargeld) + €7.852,00 (beleggingen) = €7.858,00
-
Bereken het gemiddelde fictieve rendement over uw totale vermogen:
€7.858,00 / €150.000 (totaal vermogen) ≈ 0,052387 ofwel ongeveer 5,24%
-
Bereken het deel van het fictieve rendement dat hoort bij het heffingsvrije vermogen:
€57.000 (heffingsvrij vermogen) × 5,24% (gemiddeld fictief rendement) = €2.986,80
-
Bepaal het belastbare voordeel uit sparen en beleggen:
€7.858,00 (totaal fictief rendement) - €2.986,80 (fictief rendement op heffingsvrij vermogen) = €4.871,20
-
Bereken de te betalen belasting in box 3:
€4.871,20 (belastbaar voordeel) × 36% (belastingtarief) = €1.753,63
In dit illustratieve voorbeeld betaalt u dus €1.753,63 belasting over uw vermogen in box 3.
Voor fiscaal partners geldt dat zij hun box 3-vermogen en het heffingsvrije vermogen onderling mogen verdelen. Dit kan voordelig zijn om optimaal gebruik te maken van de vrijstellingen en om de belastingdruk te minimaliseren. De meest gunstige verdeling kan per situatie verschillen en is afhankelijk van de totale omvang en samenstelling van het gezamenlijke vermogen.
Het is raadzaam om voor een persoonlijke berekening en actuele cijfers altijd de meest recente informatie van de Belastingdienst te raadplegen, aangezien de regels en tarieven jaarlijks kunnen worden aangepast. Meer informatie over de actuele regels vindt u op onze pagina over belasting op vermogen.