Wat brengt vermogensbeheer op?
Wat brengt vermogensbeheer op?
Vermogensbeheer brengt een rendement op dat sterk afhankelijk is van het gekozen risicoprofiel en de beheerkosten. Gemiddeld liggen de jaarlijkse kosten tussen 1,30% en 1,62%. Het uiteindelijke netto rendement, na aftrek van deze kosten, bepaalt de werkelijke opbrengst. De prestaties van vermogensbeheerders worden gemeten aan de hand van een index die rekening houdt met verschillende risicoprofielen.
Wanneer gesproken wordt over de opbrengst van vermogensbeheer, is het cruciaal om het onderscheid te maken tussen bruto en netto rendement. De rendementen die vermogensbeheerders communiceren, zijn doorgaans exclusief beheerkosten. De werkelijke opbrengst voor u als cliënt is het netto rendement, dus na aftrek van alle kosten. Een belangrijke graadmeter voor de prestaties van vermogensbeheerders in Nederland is de VBR-index. Deze index wordt berekend op basis van het netto rendement van ruim zeventig vermogensbeheerders en houdt rekening met vijf verschillende risicoprofielen: defensief, matig defensief, neutraal, matig offensief en offensief. Dit betekent dat de opbrengst sterk varieert afhankelijk van de mate van risico die u bereid bent te nemen.
De kosten van vermogensbeheer hebben een directe impact op uw netto rendement. Deze kosten verschillen per cliënt en zijn vaak afhankelijk van de hoogte van de inleg. Gemiddeld variëren de jaarlijkse kosten van vermogensbeheer in Nederland tussen de 1,30% en 1,62% van het beheerde vermogen. Deze kosten omvatten onder andere de vergoeding voor de beheerder, transactiekosten en eventuele fondskosten.
Een veelvoorkomende misvatting is dat actief beheerde fondsen altijd een hoger rendement opleveren dan passief beheerde fondsen. In werkelijkheid slaagt de meerderheid van actief beheerde aandelenfondsen er na aftrek van kosten niet in om hun benchmark te verslaan over langere perioden. Dit komt doordat actieve beheerders hogere kosten maken voor analyse, transacties en personeel. Voor de gemiddelde actieve belegger is het rendement zelfs negatief ten opzichte van de index na aftrek van kosten.
Om de verschillen in opbrengst en kosten te illustreren, is het nuttig om actief en passief vermogensbeheer te vergelijken:
- Actief vermogensbeheer: Hierbij probeert de vermogensbeheerder de markt te verslaan door actief aandelen te selecteren en te timen. Dit gaat gepaard met hogere beheerkosten, vaak door intensievere analyse en meer transacties. Hoewel het doel is om een hoger rendement te behalen, blijkt uit onderzoek dat de meerderheid na aftrek van deze hogere kosten de benchmark niet overtreft.
- Passief vermogensbeheer (indexfondsen): Deze fondsen streven ernaar om de prestaties van een specifieke marktindex (zoals de AEX of S&P 500) zo nauwkeurig mogelijk te volgen. De beheerkosten van indexfondsen zijn aanzienlijk lager dan die van actief beheerde fondsen, omdat er minder analyse en transacties nodig zijn. Dit lagere kostenpercentage draagt direct bij aan een hoger netto rendement voor de belegger, mits de marktindex stijgt.
Stel, u belegt €100.000 via vermogensbeheer en het fictieve bruto rendement bedraagt 4,8% per jaar. Als de gemiddelde jaarlijkse beheerkosten 1,4% bedragen (binnen de range van 1,30% tot 1,62%), dan ziet de berekening er als volgt uit:
- Bruto rendement: €100.000 4,8% = €4.800
- Beheerkosten: €100.000 1,4% = €1.400
- Netto opbrengst: €4.800 - €1.400 = €3.400
In dit voorbeeld is uw werkelijke financiële voordeel na één jaar dus €3.400. De kosten slokken een significant deel van het bruto rendement op, wat het belang benadrukt van een goed begrip van de kostenstructuur bij het kiezen van een vermogensbeheerder.