Levert een vast inkomen een goed rendement op?
Levert een vast inkomen een goed rendement op?
Vastrentende beleggingen leveren een stabiele en voorspelbare inkomensstroom op, wat aantrekkelijk is voor beleggers die zekerheid zoeken. Of dit als een 'goed' rendement kan worden beschouwd, hangt echter sterk af van de inflatie en belastingdruk. In vergelijking met aandelen bieden vastrentende waarden op de lange termijn een lager potentieel voor reële rendementen.
De term 'vast inkomen' verwijst naar beleggingen die een constante inkomensstroom genereren, zoals obligaties of deposito's met een vaste rente (Fact 1, Fact 2). Deze stabiliteit en voorspelbaarheid zijn voordelen, vooral voor beleggers die afhankelijk zijn van reguliere inkomsten of risico willen vermijden. Een 'goed rendement' wordt over het algemeen beschouwd als een rendement dat minimaal de inflatie en de belasting compenseert, en idealiter gelijk is aan of hoger is dan het gemiddelde marktrendement (Fact 10, Fact 11). In Nederland wordt vaak geadviseerd om minimaal 4 tot 6 procent rendement te maken om dit te bereiken (Fact 10).
Het is een misvatting dat een vast inkomen altijd een goed rendement garandeert. Hoewel de nominale inkomsten vast kunnen zijn, kan de koopkracht hiervan dalen door inflatie. Ook de belasting op vermogen in box 3 kan het netto rendement aanzienlijk beïnvloeden. Dit betekent dat het 'reële rendement' – het rendement na aftrek van inflatie en belasting – vaak lager uitvalt dan het nominale rendement.
Om het verschil in rendementpotentieel te duiden, is een vergelijking met andere beleggingscategorieën nuttig:
- Vastrentende waarden: Deze bieden vaste rente-inkomsten en kenmerken zich door minder volatiliteit (Fact 2). Ze zijn gericht op stabiliteit en het behoud van kapitaal, maar het potentiële rendement is vaak beperkt, vooral in een omgeving met lage rentes.
- Aandelen: Aandelen kunnen een hoog rendement opleveren, vooral in goede markten en tijdens economische bloei (Fact 5, Fact 6). Over de lange termijn leveren aandelenrendementen significante reële rendementen op (Fact 4). Bedrijven met sterke en groeiende dividenden kunnen bovendien de beste beleggingsrendementen leveren (Fact 7, Fact 9). Het rendement op aandelen is echter volatieler.
Een hoger rendement bij beleggen komt vaak door langetermijnbeleggen en het effect van rente-op-rente (samengestelde interest) (Fact 8). Dit geldt zowel voor vastrentende waarden als voor aandelen, maar de initiële rendementsbasis en de groeipotentie verschillen aanzienlijk.
Rekenvoorbeeld: Het effect van inflatie en belasting op rendement
Stel, u belegt €10.000 in een vastrentende waarde die 2% rente per jaar oplevert. Nominaal ontvangt u €200 per jaar. Als de inflatie echter 3% bedraagt en u in 2026 in box 3 vermogensbelasting betaalt over een fictief rendement van bijvoorbeeld 6,17% (voor overige bezittingen), dan wordt uw nominale winst van €200 snel uitgehold. Om het eerder genoemde advies van minimaal 4 tot 6 procent rendement na belasting en inflatie te halen (Fact 10), zou een rendement van 2% onvoldoende zijn. Een rendement van 20 procent, zoals in een voorbeeld over een overname, wordt daarentegen als behoorlijk hoog beschouwd (Fact 12).
Voor actuele informatie over belastingtarieven en -regels kunt u de website van de Belastingdienst raadplegen, aangezien deze jaarlijks kunnen wijzigen.