Wat is het probleem met PFOF?
Wat is het probleem met PFOF?
Het probleem met Payment for Order Flow (PFOF) is dat het een fundamentele belangenverstrengeling creëert voor brokers, wat kan leiden tot slechtere uitvoeringsprijzen voor beleggers. Brokers ontvangen hierbij een vergoeding van marktmakers voor het doorsturen van orderstromen, waardoor de prikkel ontstaat om orders te routeren naar de partij die het meest betaalt, in plaats van degene die de beste prijs biedt aan de klant.
Deze belangenverstrengeling vormt de kern van de controverse rondom PFOF. Een beleggingsonderneming krijgt een onwenselijke prikkel om de partij te selecteren die de hoogste vergoeding betaalt, in plaats van de partij die de orders van de beleggers het beste kan uitvoeren. Dit zorgt voor een onwenselijke situatie. De broker handelt hierdoor niet altijd in het beste belang van de klant, wat haaks staat op de verplichting om dit wel te doen.
Een direct gevolg van PFOF is dat beleggers slechtere uitvoeringsprijzen kunnen krijgen. De broker stuurt de order naar de marktmaker die de hoogste vergoeding biedt, ook al is er mogelijk een andere marktmaker die een betere prijs kan aanbieden voor de aankoop of verkoop van een aandeel. Dit resulteert in hogere onzichtbare kosten voor de belegger, omdat het verschil tussen de aan- en verkoopprijs (de spread) mogelijk groter is dan nodig. Voor Nederlandse aandelen leidt PFOF in de meeste gevallen tot slechtere prijzen voor beleggers.
Daarnaast roept PFOF bezorgdheid op over transparantie en het begrip van beleggers over hoe hun transacties worden afgehandeld. Het verdienmodel van PFOF kan een informatievoorsprong van professionele partijen omzetten in een cynisch en niet-transparant verdienmodel. Beleggers zijn zich vaak niet bewust van deze indirecte kosten en de manier waarop hun orders worden gerouteerd. Dit gebrek aan transparantie is een belangrijk nadeel.
De controverse rond PFOF heeft ook betrekking op de naleving van Europese regelgeving. Het gebruik van PFOF kan leiden tot schending van MiFID II-regels, met name op het gebied van:
- Best Execution: De verplichting voor brokers om alle redelijke stappen te ondernemen om de best mogelijke resultaten voor hun cliënten te behalen bij de uitvoering van orders. PFOF kan deze verplichting ondermijnen doordat de broker een ander belang heeft.
- Belangenconflicten: PFOF creëert een duidelijk belangenconflict tussen de broker en de belegger.
- Inducements (inducementen): Vergoedingen die door derden worden betaald aan brokers, die mogelijk in strijd zijn met regels die dergelijke betalingen beperken, tenzij ze de kwaliteit van de dienstverlening aan de klant verbeteren en transparant zijn.
- Kostentransparantie: De onzichtbare aard van de kosten die voortvloeien uit PFOF maakt het moeilijk voor beleggers om een volledig beeld te krijgen van de totale transactiekosten.
PFOF staat daarnaast haaks op het beginsel van open en concurrerende markten en kan leiden tot versnippering in prijsvorming. Dit betekent dat de prijs van een effect op verschillende plaatsen kan verschillen, wat de efficiëntie van de markt vermindert. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft zich kritisch uitgelaten over PFOF en de mogelijke nadelen voor beleggers en de markt. Meer inzicht in hun standpunt en de Europese regelgeving is te vinden op de website van de Autoriteit Financiële Markten.