Wat gebeurt er als een optie afloopt?
Wat gebeurt er als een optie afloopt?
Wanneer een optie afloopt, bereikt het contract de vooraf bepaalde vervaldatum, waarna de waarde definitief wordt vastgesteld op basis van de koers van de onderliggende waarde ten opzichte van de uitoefenprijs. Er zijn twee primaire uitkomsten: de optie is 'in-the-money' (ITM) en heeft intrinsieke waarde, of 'out-of-the-money' (OTM) en vervalt waardeloos. Deze status bepaalt de verdere afwikkeling en het financiële resultaat voor zowel koper als verkoper.
De afwikkeling van een optiecontract bij expiratie hangt af van deze twee staten:
- Out-of-the-money (OTM): Als een optie out-of-the-money staat op de vervaldatum, vervalt deze waardeloos. Dit betekent dat de optiehouder (koper) het recht om de onderliggende waarde te kopen of verkopen niet zal uitoefenen, omdat dit financieel nadelig zou zijn. De optiepremie die de koper betaalde, is dan verloren. Voor de optieschrijver (verkoper) betekent dit dat de aanvankelijk geïnde optiepremie behouden blijft, zonder verdere verplichtingen of acties.
- In-the-money (ITM): Als een optie in-the-money staat op de vervaldatum, heeft deze intrinsieke waarde. In dit geval heeft de optiehouder een keuze: de optie uitoefenen of de optie verkopen.
- Uitoefenen: Bij uitoefening koopt (bij een call-optie) of verkoopt (bij een put-optie) de optiehouder de onderliggende waarde tegen de uitoefenprijs. Het optiecontract dat binnen de koers eindigt, wordt uitgeoefend. De optieschrijver is verplicht om de onderliggende waarde te leveren of af te nemen.
- Verkopen: De optiehouder kan de optie ook vóór of op de expiratiedatum verkopen op de beurs. De waarde van de optie is dan de intrinsieke waarde, eventueel verminderd met transactiekosten. Dit is vaak de voorkeursoptie als de belegger de onderliggende waarde niet daadwerkelijk wil bezitten of leveren.
De keuze om een in-the-money optie uit te oefenen of te verkopen is cruciaal voor de optiehouder. De optiehouder behoudt in beide gevallen de waarde die in de optie zit, minus eventuele kosten.
Hieronder volgt een rekenvoorbeeld van expiratieresultaten:
Stel, u heeft een call-optie op aandeel X met een uitoefenprijs van €50 en een expiratiedatum in 2026. U heeft hiervoor een premie van €2 per aandeel betaald. Een optiecontract omvat doorgaans 100 aandelen, dus uw totale investering was €200 (€2 x 100).
| Scenario | Koers aandeel X op expiratiedatum | Actie optiehouder (koper) | Resultaat optiehouder (koper) | Resultaat optieschrijver (verkoper) |
|---|---|---|---|---|
| Optie is Out-of-the-money | €48 | Optie vervalt waardeloos | Verlies van €200 (betaalde premie) | Winst van €200 (ontvangen premie) |
| Optie is In-the-money (breakeven) | €52 | Uitoefenen of verkopen | Winst van €0 (intrinsieke waarde €200 - betaalde premie €200) | Verlies van €0 (ontvangen premie €200 - uitbetaalde intrinsieke waarde €200) |
| Optie is In-the-money (winst) | €55 | Uitoefenen of verkopen | Winst van €300 (intrinsieke waarde €500 - betaalde premie €200) | Verlies van €300 (ontvangen premie €200 - uitbetaalde intrinsieke waarde €500) |
Een veelvoorkomende misvatting is dat alle in-the-money opties automatisch worden uitgeoefend. Hoewel dit bij veel beurzen de standaardprocedure is als de houder geen instructies geeft, heeft de optiehouder altijd de keuze om de optie te verkopen op de markt in plaats van deze uit te oefenen. Dit kan gunstiger zijn om de onderliggende waarde niet te hoeven aan- of verkopen, of om transactiekosten te optimaliseren.
De keuzemogelijkheid die een optiecontract biedt, is een fundamenteel kenmerk: het is een recht, maar geen verplichting tot uitvoering op de vervaldatum.
Voor actuele cijfers over optiepremies en onderliggende waarden, raadpleegt u de beursnoteringen; deze cijfers wijzigen frequent. Voor meer diepgaande informatie over optiehandel, kunt u hier verder lezen.