Wat was de grootste beursdaling tijdens COVID?
Wat was de grootste beursdaling tijdens COVID?
De grootste beursdaling tijdens de COVID-periode vond plaats in maart 2020, waarbij grote beursindexen wereldwijd tussen de 30 en 35 procent van hun waarde verloren. De Amerikaanse S&P 500 index daalde op zijn laagste punt tijdens deze verkoopgolf met 33,92 procent ten opzichte van zijn voorgaande hoogtepunten. Deze snelle daling wordt beschouwd als de snelste beurscrash in de geschiedenis.
De beursdaling van februari tot maart 2020 was uitzonderlijk snel en ongekend in de financiële geschiedenis. De COVID-19 pandemie en de daaropvolgende wereldwijde lockdowns veroorzaakten een schokgolf die leidde tot de snelste beurscrash ooit. Binnen enkele weken in maart 2020 verloren markten wereldwijd een aanzienlijk deel van hun waarde. Deze periode kenmerkte zich door extreme volatiliteit en onzekerheid over de economische impact van de pandemie.
De omvang van de daling varieerde enigszins per index, maar de impact was breed voelbaar in 2020:
- S&P 500 Index: Op 23 maart 2020 bereikte de S&P 500 zijn laagste punt, met een daling van 33,92 procent ten opzichte van de all-time highs. Een andere schatting voor de S&P 500 in maart 2020 was circa 31 procent.
- Grote beursindexen: Over het algemeen verloren grote beursindexen in maart 2020 tussen de 30 en 35 procent van hun waarde.
- Wereldwijde aandelenindex: De wereldwijde aandelenindex daalde in de periode van februari tot maart 2020 met 35 procent.
De daling van de S&P 500 index gedurende de gehele COVID-19 recessie van 2020, gemeten over een langere periode, bedroeg 19,6 procent. Dit cijfer reflecteert een bredere periode of een andere meetmethode dan de acute 'crash' of 'sell-off' die in enkele weken plaatsvond.