Beleggen in een VBI
Beleggen in een VBI
Beleggen in een VBI betekent investeren via een vrijgestelde beleggingsinstelling, met specifieke fiscale regels. De Belastingdienst stelt hiervoor voorwaarden. Op deze pagina leest u wat een VBI is, de voorwaarden en de fiscale aspecten.
Wat is een VBI en hoe werkt het?
Een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) is een N.V. of open fonds voor gemene rekening dat liquiditeiten en beleggingen bezit. Deze entiteit is geheel vrijgesteld van winstbelasting in Nederland, een regeling die in 2007 werd ingevoerd. De VBI heeft een bijzondere status zonder vennootschapsbelasting, mits de bezittingen alleen uit beleggingen en liquide middelen bestaan. Dit biedt een belastingvoordeel ten opzichte van een reguliere B.V., omdat er geen vennootschapsbelasting over de voordelen wordt geheven.
Om de VBI-status te verkrijgen en te behouden, is een open-end karakter vereist, wat inhoudt dat participaties of aandelen makkelijk in- en uitgegeven moeten kunnen worden. U vraagt de VBI-status aan bij de Belastingdienst, mits u aan alle voorwaarden voldoet. De wetgeving stelt een forfaitair rendement van 5,38% per jaar vast over de waarde van de VBI. Dit forfaitaire voordeel dient als voorheffing op de box 2 inkomstenbelasting, die inkomsten zoals dividend en waardestijgingen omvat. Een VBI is vooral interessant voor holdingvennootschappen met overtollige liquide middelen of beleggingen, met name voor beleggingen met weinig risico zoals obligaties, deposito's en spaartegoeden. De fiscale regels voor VBI's zijn in 2017 aangepast, waarbij onder meer een afrekening eerst in Box 2 plaatsvindt.
Wanneer is beleggen in een VBI interessant?
Beleggen in een VBI is vooral interessant voor specifieke situaties. Het kan voordelig zijn voor holdingvennootschappen met overtollige liquide middelen of beleggingen. Denk hierbij aan beleggingen met weinig risico, zoals obligaties, deposito's en spaartegoeden. Voor de meeste particuliere beleggers is een VBI geen geschikte optie; de complexiteit en voorwaarden maken het minder toegankelijk. Meer informatie over VBI beleggen vindt u hier.
Een holding die veel cash heeft en dit wil laten renderen zonder directe vennootschapsbelasting, kan de VBI overwegen. Maar let op: de regels zijn complex en veranderen regelmatig. Voor een gedetailleerde afweging is advies van een fiscaal specialist of de Belastingdienst nodig.
Welke fiscale voordelen en nadelen heeft een VBI?
Een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) biedt belangrijke fiscale voordelen. Zo is er geen vennootschapsbelasting verschuldigd over de voordelen, wat een groot belastingvoordeel oplevert ten opzichte van reguliere B.V.'s. Een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) is geheel vrijgesteld van winstbelasting. Vóór 26 september 2023 had een VBI ook volledige vrijstelling van vennootschapsbelasting en geen inhoudingsplicht voor dividendbelasting.
Echter, sinds 20 september 2016 is de VBI fiscaal minder aantrekkelijk geworden. Vanaf die datum is een directe afrekening van 25% over aanmerkelijkbelang-winst verplicht. Ook zijn de fiscale regels in 2017 verder aangepast. Vanaf 2025 verliezen veel VBI's de mogelijkheid om van het VBI-regime gebruik te maken, inclusief de vrijstelling van vennootschapsbelasting en de inhoudingsplicht dividendbelasting. Dit betekent dat familie-VBI's met een N.V.-status normale vennootschapsbelastingplichtigen worden. Waar u vóór 20 september 2016 een VBI kon oprichten zonder onmiddellijke belastingheffing, is dit nu niet meer mogelijk. Voor de meeste familie-VBI's is het regime minder gunstig geworden.
Aan welke voorwaarden moet een VBI voldoen?
Om als vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) te kwalificeren, moet u aan specifieke voorwaarden voldoen. Stel u wilt een VBI opzetten — dan moet de entiteit allereerst een beleggingsinstelling zijn zoals bedoeld in de Wet op het financieel toezicht. Dit betekent dat de instelling een vergunning moet hebben en onder toezicht staat van de AFM en DNB. Zonder deze vergunning verliezen VBI's vanaf 1 januari 2024 hun status.
Een andere belangrijke voorwaarde is de collectiviteitseis, wat inhoudt dat er meerdere beleggers aanwezig zijn. Voor een fonds van gemene rekening (FGR) zijn dit minimaal twee leden, met een verhouding van ten minste 90-10. Een naamloze vennootschap (N.V.) als VBI moet ook minimaal twee aandeelhouders hebben. Bovendien mag een VBI geen onroerend goed, pensioenen of stamrechten op de balans hebben — dit geldt ook voor rechtstreekse beleggingen in Nederlands onroerend goed.
Hoe richt je een VBI op of gebruik je deze?
U kunt een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) aanvragen bij de Belastingdienst, mits u aan de voorwaarden voldoet. Het oprichten van een VBI vereist maatwerkafstemming en berekeningen. Dit betekent dat u goed overleg nodig heeft met een vermogensplanner, belastingadviseur, notaris en de fiscus. De kosten om een VBI op te richten worden geschat op fiscale begeleiding, die in 2017 enkele duizenden euro's bedroeg. Personen die een VBI oprichten, moeten vooraf een kostenraming vragen van de bemoeienissen van de adviseur.
Voor directeuren-grootaandeelhouders (DGA's) vereist het opzetten van een VBI vaak minimaal 2 tot 3 miljoen euro aan liquide middelen. Een VBI is vooral interessant voor een holdingvennootschap met overtollige liquide middelen of beleggingen. Hoewel VBI's gebruikt door vermogende personen en families als niet-beoogde doelgroep worden beschouwd, worden vrije beleggingsinstellingen (VBI) hoofdzakelijk gebruikt als privébeleggingsinstellingen. Het gebruik van een VBI in de MKB-praktijk werd regelmatig toegepast tot en met 2024.
Wat verandert er in het VBI-regime vanaf 2025?
Fiscale wetgeving kan jaarlijks wijzigen, wat invloed heeft op beleggingsconstructies zoals een VBI. Voor de meest actuele voorwaarden en eventuele aanpassingen in het VBI-regime vanaf 2025, doet u er goed aan de officiële kanalen van de Belastingdienst te raadplegen. Een VBI blijft een complexe constructie — overleg met een belastingadviseur is altijd verstandig bij dergelijke wijzigingen.
Waarin mag een VBI beleggen?
Een VBI mag uitsluitend beleggen in financiële instrumenten en banktegoeden. U kunt dan investeren in zaken als obligaties, deposito's en spaartegoeden, die vaak een laag risico hebben. Vooral obligatiebeleggingen zijn gunstig. Een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) is ook geschikt voor indirect vastgoed. Direct beleggen in onroerend goed mag echter niet. De VBI is voornamelijk geschikt voor andere beleggingen dan aandelen. U moet beleggen met spreiding van risico binnen bepaalde grenzen, inclusief aangewezen bankproducten.
Is beleggen in een bv of privé voordeliger?
De keuze tussen beleggen in een bv of privé hangt af van uw persoonlijke situatie en beleggingsdoelen. Ondernemers met vrij vermogen in de bv vragen zich vaak af wat de meest voordelige optie is: een dividenduitkering of belegging in de bv. Beleggen via een besloten vennootschap (bv) kan fiscaal gunstiger zijn, vooral bij een hoog werkelijk rendement. Voor 2025 is beleggen binnen de bv voordeliger als uw rendement vóór belasting lager is dan 8,16 procent. Een spaargeld-bv kan fiscaal aantrekkelijk zijn als u veel privévermogen heeft, omdat belasting dan over het werkelijke rendement wordt betaald. Beleggen vanuit een bv biedt voordeel door uitstel van inkomstenbelasting in box 2, wat een hogere inzetbaarheid van kapitaal betekent voor een Directeur-Grootaandeelhouder (DGA). Bij een hoger rendement kan beleggen binnen de bv echter minder gunstig zijn door een toegenomen gecombineerde belastingdruk. Privé beleggen buiten de bv biedt meer flexibiliteit en kan helpen om erfbelasting te verlagen. Het is voordelig als u een hoger rendement behaalt dan het belastingvoordeel gerekend vanuit de bv. De meest voordelige optie hangt af van persoonsgebonden fiscale en financiële factoren.
Hoeveel belasting betaal je over 100.000 euro beleggen?
Wanneer u 100.000 euro privé belegt, bijvoorbeeld direct in aandelen of via participaties in een Vrijgestelde Beleggingsinstelling (VBI), valt dit vermogen in Box 3. Hoewel een VBI zelf is vrijgesteld van vennootschapsbelasting, betaalt u als particuliere belegger belasting over de waarde van uw participatie in Box 3. Voor belastingjaar 2025 betaalt u over 100.000 euro aan belegd vermogen een Box 3 belasting van €2.116. Dit bedrag is gebaseerd op een belastingtarief van 36% over een fictief rendement, waarbij de vermogensmix (sparen, overige bezittingen) bepalend is voor de hoogte van dit rendement. Ter vergelijking, in eerdere jaren waren de bedragen anders door gewijzigde belastingregels. In 2024 betaalde een belastingbetaler met 100.000 euro volledig in aandelen belegd €935 aan Box 3 belasting. Voor 2023 leidde dit tot een hogere belastingdruk, waarbij een belegger met 100.000 euro in aandelen €572,63 meer vermogensbelasting betaalde vergeleken met de toenmalige, oudere regelgeving. In 2022 gold nog een andere methode, waarbij over een deel van het vermogen (boven de vrijstelling van €50.650) een tarief van 0,56 procent werd geheven. Indien u een deel van uw vermogen in aandelen en een deel in spaargeld heeft, bijvoorbeeld €50.000 in aandelen en €50.000 spaargeld, bedroeg de Box 3 belasting in 2024 €579 over het belastbaar rendement. Beleggen via een besloten vennootschap (BV) volgt een andere fiscale route, waarbij vennootschapsbelasting en later inkomstenbelasting in Box 2 van toepassing zijn. De keuze tussen privé beleggen (Box 3, inclusief VBI-participaties) en beleggen via een BV hangt af van uw specifieke rendement en fiscale situatie, zoals eerder besproken.
Wat is de 4%-regel bij beleggen?
De 4%-regel bij beleggen is een richtlijn voor het veilig opnemen van inkomen uit uw beleggingen. U kunt jaarlijks 4 procent van uw startvermogen opnemen zonder dat het vermogen opraakt. Deze regel komt voort uit de Trinity Study van 1998, gebaseerd op historische Amerikaanse aandelen- en obligatiemarkten. Het is een strategie om financieel onafhankelijk te worden, waarbij u ongeveer 25 keer uw jaarlijkse uitgaven belegt. Houd er wel rekening mee dat de 4%-regel een grove vuistregel is; het houdt geen rekening met belastingfactoren of schommelingen in rendementen.
Wanneer verliest een VBI de vrijstelling?
Een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) verliest de vrijstelling in diverse situaties, vaak door wijzigingen in fiscale regels. Vanaf 1 januari 2025 vervalt het VBI-regime voor beleggingen in privévermogen. Ook VBI's zonder de juiste vergunning kwalificeren per 1 januari 2024 niet langer als VBI. Dit raakt vooral familie VBI's, waarvan het regime per 1 januari 2024 is afgeschaft. Voldoet een NV of FGR gedurende het jaar niet meer aan de voorwaarden, dan verliest het de VBI-status met terugwerkende kracht. Niet-kwalificerende entiteiten kunnen het VBI-regime vanaf 1 januari 2025 niet meer toepassen. Familie VBI's met de status van NV worden na dit verlies normale vennootschapsbelastingplichtigen. Tot en met 31 december 2024 kon de VBI-status nog onder voorwaarden aan een NV of FGR worden toegekend.