Hoeveel spaargeld is belastingvrij in 2028?
Hoeveel spaargeld is belastingvrij in 2028?
Het bedrag aan belastingvrij spaargeld voor 2028, ook wel het heffingsvrij vermogen genoemd, is op dit moment nog niet definitief vastgesteld door de overheid. Deze grens wordt jaarlijks opnieuw bepaald en de Belastingdienst communiceert de definitieve cijfers tegen het einde van het voorgaande jaar. Voor de meest actuele informatie is het raadzaam de officiële publicaties van de Belastingdienst te raadplegen.
Het heffingsvrij vermogen is het deel van uw vermogen in box 3 waarover u geen belasting betaalt. Dit geldt voor spaargeld, beleggingen en andere bezittingen, minus eventuele schulden. De Belastingdienst hanteert hiervoor een peildatum, meestal 1 januari van het betreffende belastingjaar. Het systeem van belastingheffing in box 3 is de afgelopen jaren onderwerp geweest van discussie en wijzigingen, en de ontwikkelingen voor 2028 zullen hierop voortbouwen.
De hoogte van het heffingsvrij vermogen is afhankelijk van uw persoonlijke situatie. Voor alleenstaanden geldt een bepaalde vrijstelling, terwijl voor fiscale partners een dubbele vrijstelling kan gelden. Dit betekent dat fiscale partners gezamenlijk een hoger bedrag aan spaargeld belastingvrij mogen aanhouden dan een alleenstaande. De exacte voorwaarden voor fiscaal partnerschap zijn te vinden op de website van de Belastingdienst.
Om te begrijpen hoe de belasting over uw spaargeld in box 3 wordt berekend, volgt hier een concreet rekenvoorbeeld met euro-bedragen. Let op: de bedragen en percentages in dit voorbeeld zijn uitsluitend illustratief en representeren niet de daadwerkelijke cijfers voor 2028, die nog niet bekend zijn. Ze zijn gebaseerd op de systematiek en (deels) cijfers van recente jaren om een realistische weergave te geven.
Rekenvoorbeeld Box 3 (illustratief)
Stel: je bent een alleenstaande en hebt op 1 januari van het belastingjaar een totaal vermogen van €100.000 in box 3. Dit vermogen bestaat uit €50.000 aan spaargeld en €50.000 aan beleggingen. Er zijn geen schulden. Voor dit hypothetische voorbeeld gaan we uit van een heffingsvrij vermogen van €57.000 (zoals in 2024) en fictieve rendementspercentages van 1,03% voor spaargeld en 6,04% voor overige bezittingen (eveneens 2024). Het belastingtarief in box 3 stellen we vast op 36%.
- Totaal vermogen: €100.000
- Heffingsvrij vermogen: €57.000
- Grondslag sparen en beleggen (belastbaar vermogen): €100.000 - €57.000 = €43.000
De Belastingdienst verdeelt deze grondslag pro rata over de verschillende vermogenscategorieën. In dit geval is 50% van het vermogen spaargeld en 50% overige bezittingen.
- Deel grondslag toegerekend aan spaargeld: 50% van €43.000 = €21.500
- Deel grondslag toegerekend aan overige bezittingen: 50% van €43.000 = €21.500
Vervolgens wordt over deze delen een fictief rendement berekend met de eerder genoemde percentages:
- Fictief rendement spaargeld: €21.500 x 1,03% = €221,45
- Fictief rendement overige bezittingen: €21.500 x 6,04% = €1.298,60
- Totaal fictief rendement (grondslag rendementsgrondslag): €221,45 + €1.298,60 = €1.520,05
Over dit totale fictieve rendement wordt vervolgens de box 3 belasting berekend:
- Verschuldigde belasting: €1.520,05 x 36% = €547,22
Dit is het bedrag aan belasting dat de alleenstaande in dit hypothetische voorbeeld over het vermogen in box 3 zou betalen. Zoals u ziet, betaalt u alleen belasting over het deel van uw vermogen dat boven het heffingsvrije vermogen uitkomt, en dan nog op basis van een fictief rendement, niet op basis van uw werkelijke rendement.
Het is essentieel om de actuele cijfers en voorwaarden voor 2028 te controleren zodra de Belastingdienst deze bekendmaakt. Deze kunnen jaarlijks wijzigen als gevolg van beleidsbeslissingen en economische ontwikkelingen.