Wat gebeurt er met aandelen tijdens de oorlog?
Wat gebeurt er met aandelen tijdens de oorlog?
Tijdens oorlogen reageren aandelenmarkten eerst met dalende koersen, gedreven door beleggerspaniek, maar historisch gezien herstellen en stijgen de koersen weer op de langere termijn, soms zelfs al binnen een jaar na het uitbreken van een conflict. Deze initiële dalingen blijken in veel gevallen van korte duur, waarna de markten zich aanpassen aan de nieuwe realiteit en positieve rendementen laten zien.
De eerste reactie van beleggers op oorlogssituaties is vrijwel altijd een daling van de aandelenkoersen. Dit is een direct gevolg van de onzekerheid en angst die een conflict met zich meebrengt. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de Amerikaanse beurs, die na de aanval op Pearl Harbor in 1941 met 3,8% daalde op één dag. Beurzen dalen historisch gezien in oorlogsjaren door deze paniek van beleggers.
Echter, de geschiedenis leert dat deze initiële dalingen van korte duur zijn. In tal van conflicten in de afgelopen eeuw bleken dalende aandelenbeurzen direct na uitbraak van een conflict niet lang aan te houden. Sterker nog, in veel gevallen stegen de markten aanzienlijk een jaar na het begin van de strijd. De toonaangevende Amerikaanse S&P 500-index stond een jaar na het uitbreken van conflicten zoals de Golfoorlogen, de Russische invasie van de Krim, de Cubaanse rakettencrisis of de Iraanse revolutie veel hoger dan voor deze conflicten.
Het idee dat oorlogen per definitie leiden tot langdurige beursdalingen is dan ook een misvatting. Diverse historische voorbeelden tonen het tegendeel:
- Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) steeg de Dow Jones-index met ruim 43 procent.
- De beurs steeg ook tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Amerikaanse beurs steeg zelfs in waarde in de resterende oorlogsjaren na de aanval op Pearl Harbor in 1941.
- Beleggers realiseerden tijdens de Koreaanse oorlog (1950-1953) een gemiddeld rendement van 16 procent per jaar.
- Tijdens de Vietnamoorlog (1965-1975) realiseerde de index gemiddeld 5 procent per jaar.
Hoewel de algemene trend wijst op herstel en stijging, zijn er uitzonderingen waarbij het negatieve effect op aandelenkoersen langer aanhield. Dit was historisch zichtbaar na de Suezcrisis in 1956, het olie-embargo na de Israëlische Jom Kippoer-oorlog in 1973 en de aanslagen van 11 september 2001. Deze situaties kenmerkten zich door bredere economische verstoringen of langdurige geopolitieke instabiliteit die verder reikten dan het directe conflict.
Om de veerkracht van de markt te illustreren, nemen we een hypothetisch voorbeeld. Stel dat een belegger vlak voor het uitbreken van een conflict €10.000 investeert in een brede marktindex. De initiële paniek veroorzaakt een daling van 7%, waardoor de investering tijdelijk €9.300 waard is. Echter, in het jaar na het begin van het conflict herstelt de markt zich met 12% door aanpassing aan de nieuwe economische realiteit. De waarde van de investering stijgt dan naar 9.300 1.12 = €10.416. Dit voorbeeld toont aan dat, ondanks een initiële schok, een belegging op de langere termijn positief kan uitpakken.
De impact van een oorlog op aandelenmarkten is dus complex en kent geen eenduidig patroon van enkel dalingen. De initiële schok is reëel, maar de veerkracht van de markten en de economie leidt tot herstel en groei, zelfs te midden van conflicten. De specifieke aard, duur en economische gevolgen van een conflict bepalen uiteindelijk de langetermijnimpact op de beurzen.