Risico aandelen vs obligaties
Risico aandelen vs obligaties
Het risico van aandelen is aanzienlijk groter dan het risico van obligaties. Het aandelenrisico is ongeveer drie keer hoger dan het obligatierisico, met een volatiliteit van 15% tegenover 5% voor obligaties. Obligaties zijn historisch veiliger en minder risicovolle beleggingen. Hoge risico aandelen bieden doorgaans hogere potentiële rendementen dan lage risico obligaties. Dit artikel legt de belangrijkste verschillen in risico-rendementsprofiel uit en helpt u te bepalen welke belegging bij uw situatie past.
Direct antwoord: welk risico is hoger?
Het risico van aandelen is hoger dan het risico van obligaties. Beleggen in aandelen brengt een hoog risico met zich mee, wat aanzienlijk hoger is dan het risico van obligaties.
Een hoger risico kan op lange termijn een hoger rendement opleveren. Dit betekent ook een grotere kans op aanzienlijk verlies. U moet bereid zijn een hogere kans op geldverlies te accepteren in ruil voor mogelijke hogere rendementen. Zelfs binnen obligaties is er verschil; het risico van bedrijfsobligaties is bijvoorbeeld hoger dan dat van staatsobligaties.
Hoe verschillen aandelen en obligaties in risico?
Aandelen en obligaties verschillen fundamenteel in risico. Waar aandelen een hoger groeipotentieel en daarmee een hoger risico op waardeverlies hebben, bieden obligaties stabielere, maar lagere rendementen met minder risico. Deze verschillen in het risico van aandelen versus obligaties uiten zich in onder meer koersschommelingen, faillissementsrisico, renterisico en inflatierisico.
Koersschommelingen
Koersschommelingen zijn de sterke fluctuaties die aandelenkoersen vertonen, zowel omhoog als omlaag. Deze bewegingen kunnen op dagbasis betekenisvol zijn en worden op korte termijn ook wel jojo-bewegingen genoemd. Frequente schommelingen beïnvloeden de waarde van uw belegging en brengen een risico op beleggingsverlies met zich mee. Op korte termijn kunnen deze schommelende beurskoersen uw beleggingsresultaat zowel positief als negatief vertekenen. Koersschommelingen hebben vooral op de korte termijn de meeste invloed op het beleggingsresultaat.
Faillissementsrisico
Faillissementsrisico betekent dat u uw inleg en rente verliest als het uitgevende bedrijf failliet gaat. Voor een obligatiehouder kan dit leiden tot geheel of gedeeltelijk verlies van de belegging. Een faillissement van de emittent, zoals een bedrijf, kan zelfs resulteren in een totale uitval van uw investering, waardoor de belegger zijn geld niet terugkrijgt. Dit kredietrisico kan in het ergste geval betekenen dat uw belegging onverkoopbaar wordt en u de volledige inleg kwijtraakt. Het risico is verbonden aan de belegging zelf, bijvoorbeeld bij obligaties van een uitgevende onderneming of een derivaat. Bedrijven die veel schulden aangaan, verhogen hun faillissementsrisico en de kans op compleet falen. Ook slechte liquiditeit van een onderneming vergroot de kans op faillissement. Bedrijfsobligaties met een investmentgrade rating hebben doorgaans een laag faillissementsrisico.
Renterisico
Renterisico is het risico dat de waarde van uw beleggingen daalt door schommelingen in de marktrente. Stijgt de marktrente, dan worden uw bestaande beleggingen minder waard. Dit geldt vooral voor obligaties, waarvan de koers een inverse relatie heeft met de rente.
Inflatierisico
Inflatierisico is het gevaar dat inflatie de koopkracht van uw belegging aantast. Uw geld wordt minder waard, waardoor u met hetzelfde bedrag minder kunt kopen. Dit raakt vooral beleggingen met een vast rendement, zoals obligaties. In 2022 was het inflatierisico verhoogd. Dit betekent dat de reële waarde van uw rendement daalt.
Waarom obligaties meestal minder risicovol zijn
Obligaties zijn meestal minder risicovol dan aandelen omdat ze leningen zijn die wettelijk moeten worden terugbetaald, wat het risico op kapitaalverliezen reduceert. Ze kennen minder sterke waardeschommelingen en bieden meer stabiliteit en zekerheid dan aandelen. Dit komt onder meer door hun vaste coupon en looptijd, rangorde bij wanbetaling en de invloed van kredietkwaliteit.
Vaste coupon en looptijd
Obligaties hebben een vaste coupon en een vaste looptijd. De couponrente staat vanaf uitgifte vast. Deze rente verandert niet gedurende de hele looptijd. U ontvangt de rentevergoeding regelmatig, vaak jaarlijks of halfjaarlijks. Het vaste percentage wordt berekend over het geleende bedrag. Een obligatie met een coupon van 5 procent op €1.000 nominale waarde levert jaarlijks €50 op. Bij een looptijd van 5 jaar en twee betalingen per jaar ontvangt u in totaal tien couponbetalingen. Deze voorspelbaarheid maakt obligaties minder risicovol.
Rangorde bij wanbetaling
Bij wanbetaling van een bedrijf krijgen obligatiehouders voorrang op aandeelhouders. Dit betekent dat zij eerder hun geld terugkrijgen dan aandeelhouders. De precieze rangorde is wettelijk vastgelegd en verschilt per type obligatie. Dit maakt obligaties minder risicovol dan aandelen bij een faillissement.
Invloed van kredietkwaliteit
De kredietkwaliteit van een obligatie heeft directe invloed op de waarde ervan. Een hogere kredietkwaliteit, vaak weergegeven door goede kredietratings, leidt tot een lagere rente op obligaties. Omgekeerd resulteren langere looptijden en lagere kredietratings in een hogere rente. De kredietwaardigheid van de uitgevende onderneming of emittent beïnvloedt zowel het risico als de financieringskosten. Kredietbeoordelingen van bureaus zoals Moody’s, S&P Global en Fitch zijn hierbij belangrijk, omdat ze de toegang tot kapitaal en de rentekosten voor leningen bepalen. Deze kredietkwaliteit hangt af van zowel kwantitatieve factoren, zoals schuld/eigen vermogen ratio's, als kwalitatieve factoren, zoals de aard van de industrie en de concurrentiesituatie. Ook economische vooruitzichten van een land en technische factoren zoals marktsentiment spelen een rol.
Wat betekent risico voor rendement?
Risico en rendement zijn direct met elkaar verbonden: hoe hoger het risico, hoe hoger het verwachte rendement. Dit betekent dat beleggingsrisico kan leiden tot een hoger rendement, waarbij risico de premie is voor die verwachting. De relatie tussen risico en rendement is een belangrijke maatstaf voor investeringen, waarbij het werkelijke rendement kan afwijken van het verwachte rendement.
Verwacht rendement bij aandelen
Het verwachte rendement bij aandelen ligt op lange termijn gemiddeld tussen de 7 en 8 procent per jaar. Goed geïnvesteerd geld in de aandelenmarkt kan op jaarbasis een rendement van 5 tot 8 procent genereren. Historisch gezien verwacht een belegger in Nederland een gemiddeld jaarlijks rendement van 7 procent. Realistischer gezien worden de gemiddelde jaarlijkse totaalrendementen van aandelen op lange termijn tussen de 5 en 9 procent geacht, ondanks tussentijdse koersschommelingen. Voor de komende decennia wordt een jaarlijks rendement van 7 procent aangenomen, wat lager is dan in het recente verleden. Sommige voorspellingen voor de komende jaren schatten het verwachte rendement op 5 procent per jaar. Een grote zakenbank schatte in 2024 het verwachte jaarrendement voor het komende decennium zelfs op 1,5 procent. Grote banken en vermogensbeheerders voorspelden in 2022 meestal 5 tot 10 procent rendement op de lange termijn. Voor opkomende markten wordt vanaf 2025 een jaarlijks rendement van 7,9 procent verwacht.
Effectief rendement bij obligaties
Het effectief rendement bij obligaties is het jaarlijkse rendement dat u behaalt als u de obligatie tot het einde van de looptijd aanhoudt. Dit rendement, ook wel de Internal Rate of Return (IRR) genoemd, combineert het couponrendement met het jaarlijkse koersrendement. Voor de berekening zijn de hoofdsom, de prijs van de obligatie, de couponrente en de looptijd essentieel. Een belangrijke dynamiek is dat het effectief rendement tegengesteld beweegt aan de obligatiekoersen; daalt de koers, dan stijgt het rendement. Dit rendement varieert sterk door factoren zoals debiteurenrisico, verhandelbaarheid, resterende looptijd en valutakoersrisico. Het effectief rendement van obligaties is goed te vergelijken met het totaalrendement op aandelen.
Reëel rendement na inflatie
Reëel rendement na inflatie is het rendement van uw belegging na correctie voor de inflatie. Dit rendement, ook wel real yield genoemd, bepaalt uw werkelijke koopkrachtwinst of -verlies. Het belicht de werkelijke waardestijging van uw geld. U berekent het door het inflatiepercentage van het nominale rendement af te trekken. Bijvoorbeeld, een belegging met 2% nominaal rendement en 0,5% inflatie levert 1,5% reëel rendement op. Inflatie vermindert altijd het reële rendement van uw beleggingen. Op vastrentend sparen kan het reële rendement -0,5% zijn bij 2,5% rente en 3,0% inflatie. Het reële rendement op obligaties stijgt als het aanvangsrendement hoger is dan de inflatie.
Wanneer passen aandelen of obligaties beter bij jouw profiel?
De keuze tussen aandelen en obligaties hangt af van uw persoonlijke risicoprofiel en beleggingsdoelen. U moet hierbij uw beleggingshorizon, risicotolerantie en inkomensbehoeften overwegen. Aandelen bieden een hoger groeipotentieel met meer risico, terwijl obligaties stabielere, maar lagere rendementen bieden.
Beleggingshorizon
Uw beleggingshorizon is de periode waarin uw geld geïnvesteerd blijft. Het definieert de tijdsduur waarin u belegt om een financieel doel te behalen. U kunt beleggen voor een maximale periode zonder het geld voor andere doelen nodig te hebben. Deze horizon kent indelingen zoals kort (minder dan 3 jaar), middellang (3 tot 10 jaar) en lang (vanaf 5 jaar, of zelfs 10 jaar en langer). Stel, u spaart voor de studie van uw kind over vijftien jaar. Dan heeft u een lange beleggingshorizon. Schat deze periode goed in. Dit bepaalt mede welke beleggingen bij u passen.
Risicobereidheid
Risicobereidheid is uw persoonlijke neiging om risico's te nemen bij het beleggen van geld. Het definieert hoeveel risico u bereid bent te accepteren voor een potentieel hoger winstpotentieel. Uw risicobereidheid bepaalt uw risicoprofiel en beïnvloedt de keuze van beleggingstypen, zoals aandelen of obligaties. Het gaat erom hoeveel tussentijds verlies u kunt accepteren in een ernstige beurscrisis. Dit gevoel over mogelijke dalingen van beleggingen is cruciaal voor uw beleggingsstrategie. Meer risico wordt op lange termijn beloond met hogere rendementen. Tegelijkertijd beïnvloedt het ook de kans op kapitaalverlies.
Spreiding in een portefeuille
Spreiding in een portefeuille betekent dat u uw beleggingen verdeelt over verschillende activaklassen. Dit vermindert het totale risico van uw beleggingsportefeuille. U kunt spreiding bereiken door aandelen, obligaties en cash op te nemen, naast ETF's en deposito's zijn geschikte activaklassen. Door te spreiden over diverse sectoren, regio's en beleggingscategorieën, compenseert u verliezen in de ene sector met winsten in de andere. Zo verkleint u het portefeuillerisico. Beleggers moeten spreiden om risico te beperken en onverwachte tegenvallers te voorkomen. Spreiding in uw portefeuille verkleint risico's. Een beleggingsportefeuille spreidt risico over verschillende markten, sectoren, regio's en valuta's.
Beleggen in obligaties: waar moet je op letten?
Bij beleggen in obligaties moet u letten op diverse investeringsparameters, zoals uw risicoprofiel en investeringshorizon, en de risico's die eraan kleven. Een goede risicobeoordeling is essentieel, waarbij u de looptijd, de financiële stabiliteit en de rating van de uitgevende partij meeneemt. Ook is het belangrijk om de kredietwaardigheid en de marktconformiteit van prijs en rendement in te schatten, en zorgvuldig obligaties te selecteren.
Spread en liquiditeit
De spread, ook wel bid-ask spread genoemd, in financiële markten vertegenwoordigt de liquiditeit van de markt. De bid-ask spread stijgt als de liquiditeit afneemt, terwijl de spread afneemt als de liquiditeit toeneemt. Illiquide effecten hebben vaak bredere bid-ask spreads, wat betekent dat u minder gunstige handelsprijzen krijgt. De liquiditeit van een ETF wordt bijvoorbeeld weergegeven door de geld-brief-spanne. De spread bij aandelen van grote, liquide bedrijven is over het algemeen minimaal. Buiten reguliere handelstijden, zoals bij voor- en nabeurs handelen, kan de liquiditeit lager zijn, waardoor de spread groter wordt. Ook tijdens stressfases kan de liquiditeit afnemen, wat leidt tot hogere spreads en stijgende transactiekosten, zoals te zien was in maart 2020 tijdens de coronacrisis. Een grotere spread op een crypto exchange duidt eveneens op lagere liquiditeit of hogere volatiliteit.
Looptijd en rentegevoeligheid
De looptijd van een obligatie meet hoe gevoelig de prijs is voor renteveranderingen. Een langere looptijd versterkt de koersreactie bij een verandering in de marktrente. Dit betekent dat de looptijd van een obligatie het risico bepaalt door renteschommelingen. De looptijd beïnvloedt zowel het risico als het rendement van obligaties. Deze worden onderverdeeld in korte en lange termijn. Jaren voorafgaand aan 2024, bij extreem lage of negatieve rentes, hield men de rentelooptijd van obligaties kort. Dit beperkte het koersrisico.
Staatsobligaties versus bedrijfsobligaties
Obligatietypes zijn onder te verdelen in staatsobligaties en bedrijfsobligaties. Het verschil tussen deze twee is groot qua risico en rendement. Staatsobligaties worden als veiliger beschouwd dan bedrijfsobligaties. Daarom bieden staatsobligaties doorgaans een lager rendement dan bedrijfsobligaties. Bedrijfsobligaties zijn risicovoller, maar bieden gemiddeld hogere rendementen. De rente op bedrijfsobligaties ligt meestal hoger. Qua risico en rendement staan bedrijfsobligaties tussen staatsobligaties en aandelen in.
Wat is meer risico, aandelen of obligaties?
Aandelen zijn over het algemeen risicovoller dan obligaties, met een groter risico op waardeverlies. Dit komt doordat hoge risico aandelen in investeringen ook grotere verliezen met zich meebrengen, vergeleken met obligaties. Het belangrijkste verschil tussen aandelen en obligaties ligt dan ook in hun risico-rendementsprofiel. Hoewel aandelen potentieel hogere langetermijnrendementen bieden, zijn obligaties minder risicovolle beleggingen. Ze bieden meer voorspelbare inkomsten, wat ze geschikt maakt voor risicomijdende beleggers en vermogensbehouders. Het beleggingsrisico stuurt het obligatierendement; hogere risicovolle beleggingen vragen hogere rendementen. Een individueel aandeel draagt meer risico dan de obligatiemarkt. Ook zijn de meeste obligaties op de beurs riskanter dan veilige obligaties. Voor meer details over de verschillen, zie onze pagina over aandelen versus obligaties.
Waarom zijn obligaties minder risicovol dan aandelen?
Obligaties zijn minder risicovol dan aandelen omdat het leningen zijn die wettelijk moeten worden terugbetaald. Dit gereduceerde risico op kapitaalverliezen komt door de lagere volatiliteit en het verwachtingsmanagement door aflossing bij de vervaldatum. De waarde van obligaties is minder volatiel dan aandelenwaarde. Ook ondergaat de prijs van obligaties minder sterke waarde-schommelingen. Obligaties bieden meer stabiliteit en zekerheid, al gaat dit gepaard met een beperkte renditechance.
Wat is best, aandelen of obligaties?
De beste keuze tussen aandelen en obligaties hangt af van uw persoonlijke situatie en beleggingsdoelen. Er is geen universeel 'beste' antwoord. Het gaat om uw individuele risicoprofiel en financiële doelen. Aandelen bieden doorgaans een hoger groeipotentieel, maar dragen ook een hoger risico. Obligaties zijn stabieler en hebben een lager risico, met een lager verwacht rendement. U moet uw beleggingshorizon, risicotolerantie en inkomensbehoeften overwegen bij deze beslissing. De optimale balans in uw portefeuille is cruciaal voor een passende investering.
Wat is de beste risicoloze belegging?
Een definitief 'beste' risicoloze belegging bestaat niet, want elke investering kent risico. De veiligste investering hangt af van uw persoonlijke situatie en risicotolerantie. Gereguleerde spaarproducten en contant geld zijn de minst risicovolle opties. Beleggers die veiligheid zoeken, kunnen het beste investeren in vastrentende waarden, zoals staatsobligaties of hoogrenderende spaarrekeningen. Kortlopende staatsobligaties bieden een redelijk rendement met veiligheid. Risicomijdende beleggers overwegen obligaties of indexfondsen, met een lager percentage in aandelen.