Hoe werken de koersen van aandelenopties?
Hoe werken de koersen van aandelenopties?
De koersen van aandelenopties, ook wel premies genoemd, worden bepaald door een combinatie van intrinsieke waarde en tijdswaarde. De intrinsieke waarde is het directe verschil tussen de huidige beurskoers van het onderliggende aandeel en de uitoefenprijs van de optie. De tijdswaarde weerspiegelt marktverwachtingen, volatiliteit en de resterende looptijd tot de vervaldatum.
Aandelenopties zijn financiële contracten die de houder het recht geven om aandelen te kopen (calloptie) of te verkopen (putoptie) tegen een vooraf bepaalde prijs op of voor een specifieke vervaldatum (Fact 10). Ze worden gebruikt als derivaten om in te spelen op verwachte koersbewegingen van onderliggende aandelen (Fact 11). Er zijn twee hoofdtypen aandelenopties:
- Callopties: Deze opties geven de houder het recht om aandelen te kopen tegen een vooraf bepaalde prijs (de uitoefenprijs) op of voor de vervaldatum (Fact 9). Callopties winnen aan waarde bij stijgende koerswaarden van de onderliggende aandelen (Fact 7).
- Putopties: Deze opties geven de houder het recht om aandelen te verkopen tegen een vooraf bepaalde prijs (de uitoefenprijs) op of voor de vervaldatum (Fact 8). Putopties stijgen in waarde wanneer de koers van het onderliggende aandeel daalt.
De intrinsieke waarde van een optie is het directe verschil tussen de huidige marktwaarde van het onderliggende aandeel en de uitoefenprijs van de optie (Fact 2). Voor een calloptie ontstaat intrinsieke waarde wanneer de beurskoers van het aandeel hoger is dan de uitoefenprijs. De optie is dan 'in the money' (Fact 5) en heeft een directe geldwaarde (Fact 4). Voor een putoptie is er intrinsieke waarde als de beurskoers lager is dan de uitoefenprijs.
Bovenop de intrinsieke waarde bestaat de tijdswaarde, die de hoeveelheid risico en de verwachting van toekomstige koersbewegingen op de markt weerspiegelt (Fact 1, Fact 11). Dit deel van de premie vertegenwoordigt de kans dat de optie in de toekomst gunstiger wordt voor de houder. De tijdswaarde neemt doorgaans af naarmate de vervaldatum nadert, omdat de periode waarin de koers kan bewegen kleiner wordt en de onzekerheid afneemt.
Om de werking van optiekoersen te verduidelijken, kunnen we kijken naar verschillende scenario's voor een calloptie en een putoptie, waarbij de uitoefenprijs van beide opties bijvoorbeeld €50 is:
| Scenario | Koers onderliggend aandeel | Calloptie (uitoefenprijs €50) | Putoptie (uitoefenprijs €50) |
|---|---|---|---|
| In the money | €55 | Intrinsieke waarde: €5 (recht om voor €50 te kopen wat €55 waard is). De optie is 'in the money' (Fact 5). | Geen intrinsieke waarde. De optie is 'out of the money'. |
| At the money | €50 | Geen intrinsieke waarde. De optie is 'at the money'. | Geen intrinsieke waarde. De optie is 'at the money' (Fact 6). |
| Out of the money | €45 | Geen intrinsieke waarde. De optie is 'out of the money'. | Intrinsieke waarde: €5 (recht om voor €50 te verkopen wat €45 waard is). De optie is 'in the money'. |
Stel, een calloptie heeft een uitoefenprijs van €40 en het onderliggende aandeel staat momenteel op €45. De intrinsieke waarde van deze calloptie is dan €45 (huidige marktwaarde) - €40 (uitoefenprijs) = €5. Als de optiepremie (koers) op de markt €6 bedraagt, dan is het resterende €1 het deel van de premie dat de tijdswaarde weerspiegelt. Dit is de premie die beleggers bereid zijn te betalen voor de mogelijkheid dat de koers van het aandeel verder stijgt vóór de vervaldatum. Als de koers van het aandeel daalt naar €38, dan is de intrinsieke waarde van de calloptie nul, omdat het recht om te kopen voor €40 minder waard is dan de marktkoers van €38. De optie is dan 'out of the money'. Meer informatie over beleggen in opties vindt u op onze pillar-pagina over opties.