Welke aandelen dalen in waarde als de inflatie stijgt?
Welke aandelen dalen in waarde als de inflatie stijgt?
Bij oplopende inflatie dalen drie specifieke categorieën aandelen in waarde, waarbij de koersen van sommige groeiaandelen en bedrijven met hoge schulden met wel 10% tot 20% kunnen terugvallen. Deze categorieën omvatten groeiaandelen, bedrijven met hoge schulden en ondernemingen zonder prijszettingsmacht. Hogere inflatie uitholt toekomstige winsten, drijft financieringskosten op en zet operationele marges onder druk, wat hun aantrekkelijkheid vermindert.
De impact van inflatie op aandelen is niet uniform en hangt sterk af van het bedrijfsmodel en de financiële structuur van een onderneming. Over het algemeen zijn de volgende typen aandelen het meest kwetsbaar voor een waardedaling:
- Groeiaandelen: Dit zijn bedrijven die naar verwachting een groot deel van hun winsten in de verre toekomst zullen genereren. Wanneer de inflatie stijgt, verhogen centrale banken, zoals De Nederlandsche Bank (DNB) en de Europese Centrale Bank (ECB), vaak de rentetarieven om de inflatie te bestrijden. Hogere rentetarieven betekenen dat toekomstige winsten tegen een hoger percentage moeten worden verdisconteerd om hun huidige waarde te bepalen. Dit resulteert in een lagere huidige waardering van groeiaandelen, omdat hun verwachte toekomstige kasstromen minder waard worden.
- Bedrijven met hoge schulden: Ondernemingen die zwaar gefinancierd zijn met leningen, worden direct geraakt door stijgende rentetarieven. Wanneer bestaande leningen moeten worden geherfinancierd of nieuwe leningen worden aangegaan, zijn de rentelasten hoger. Deze hogere rentelasten vreten aan de winstgevendheid van het bedrijf, wat de aandelenkoers negatief beïnvloedt. De financiële gezondheid van dergelijke bedrijven verslechtert, wat beleggers afschrikt.
- Bedrijven zonder prijszettingsmacht: Dit zijn bedrijven die hun gestegen kosten (voor grondstoffen, arbeid, energie) niet of slechts gedeeltelijk kunnen doorberekenen aan hun klanten. Hun operationele marges komen onder druk te staan, wat leidt tot lagere winsten. Sectoren met veel concurrentie of waar consumenten zeer prijsgevoelig zijn, vallen vaak in deze categorie.
De rol van centrale banken, zoals de DNB en de ECB, is hierin cruciaal. Zij monitoren de inflatie en passen, indien nodig, hun monetaire beleid aan door bijvoorbeeld de beleidsrente te verhogen. Dit heeft directe gevolgen voor de kosten van kapitaal en de disconteringsvoet die beleggers hanteren, wat de waardering van aandelen beïnvloedt.
Om de impact van oplopende inflatie en rentestijgingen concreet te maken, kan het volgende rekenvoorbeeld dienen. Stel: je hebt €10.000 geïnvesteerd in een bedrijf met hoge schulden. Dit bedrijf heeft jaarlijks €10 miljoen aan winst, waarvan €2 miljoen opgaat aan rentekosten bij een gemiddelde rente van 2% over zijn leningen. De inflatie stijgt, en de centrale bank verhoogt de rente, waardoor de gemiddelde rente die het bedrijf betaalt stijgt naar 4%. De rentelasten verdubbelen hierdoor naar €4 miljoen per jaar. De winst van het bedrijf daalt dan van €10 miljoen naar €8 miljoen, een daling van 20%. Als de aandelenkoers van dit bedrijf direct gekoppeld is aan de winst, daalt de waarde van je investering van €10.000 met 20% naar €8.000. Dit is een direct verlies van €2.000, puur door de stijging van de rentelasten als gevolg van inflatiebestrijding.
Een veelvoorkomende misvatting is dat alle aandelen dalen bij stijgende inflatie. In werkelijkheid presteren sommige bedrijven, zoals die met sterke prijszettingsmacht, lage schulden en een focus op directe cashflow, vaak beter in een inflatoire omgeving. Zij kunnen hun hogere kosten wel doorberekenen en soms zelfs profiteren van de hogere nominale omzet. Het is daarom van belang om de individuele kenmerken van een bedrijf te analyseren.
| Bedrijfstype | Kenmerken | Verwachte impact bij oplopende inflatie |
|---|---|---|
| Groeibedrijf | Verwacht veel toekomstige winsten, vaak hoge investeringen, soms nog geen winst. | Negatief: Toekomstige winsten worden minder waard door hogere disconteringsvoet. Hogere financieringskosten voor groei. |
| Bedrijf met hoge schulden | Afhankelijk van leningen voor financiering, veel variabele rente of frequente herfinanciering. | Sterk negatief: Hogere rentelasten drukken direct op de winstgevendheid. |
| Bedrijf met lage prijszettingsmacht | Actief in concurrerende markt, moeilijk om hogere kosten door te berekenen. | Negatief: Marges krimpen door stijgende inkoop- en operationele kosten die niet worden gecompenseerd door hogere verkoopprijzen. |
| Bedrijf met sterke prijszettingsmacht | Unieke producten of diensten, sterke merknaam, in staat om prijzen te verhogen zonder significant verlies van klanten. | Relatief neutraal tot positief: Kan gestegen kosten doorberekenen en marges behouden of zelfs vergroten. |
Beleggers doen er goed aan om hun portefeuille kritisch te bekijken in tijden van stijgende inflatie. Het spreiden van beleggingen over verschillende sectoren en bedrijfstypen kan helpen om de risico's te mitigeren en de impact van inflatie op de totale portefeuille te beperken. Meer informatie over het beheren van je beleggingen vind je in ons artikel over inflatiebestendige aandelen.